Dupslog

jan.vanduppen(at)telenet.be

Jan Van Duppen

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Jan Van Duppen
Artikel

Akira Mizubayashi, Onvergetelijke Suite

Akira Mizubayashi, Onvergetelijke Suite 
vert.Dirk Zijlstra uit. Tzara 2025


48. Het Divertimento van Mozart was subliem. Tatsuya Ono was
tot in het diepst van zijn ziel geroerd. Hij vond het strijktrio
een vriendschappelijk gesprek, een intellectuele en hoffelijke
discussie naar het voorbeeld van de gedachtewisselingen zoals
die plaatsvonden tussen weldenkende mensen in de salons van
de eeuw van de Europese Verlichting.
‘Wanneer ik naar zulke wondermooie muziek luister, denk
ik een lichtpuntje van hoop te ontwaren,’ zei de rechtendocent
tegen zijn vriend naast hem met een diepe zucht.
De Suite voor cello solo nr. 1 in G-majeur van Bach, vertolkt
door Ken Mizutani, dompelde de luisteraars onder in een innerlijke
overpeinzing die leek op een gebed, een meditatie over
de dood die ieder van hen zo nabij voelde en zo aanstaande, in
de afschuwelijke context van de oorlog, zoals de bombardementen
van 10 maart maar al te zeer hadden aangetoond. Ieder van hen vroeg zich 
diep vanbinnen af of het dolgedraaide militaire
regime, in zijn blinde woede, het land echt naar de totale
ondergang zou leiden waarvan niemand zich kon voorstellen
hoe die eruit zou zien noch wanneer die zich zou voltrekken.


 



131. Ik schrijf je omdat ik gezien heb wat je, vast met een mes, in een
houten bank hebt gekerfd, te midden van eeuwenoude bomen op een
braakliggend terrein in Shinano-Oïwake, niet ver van mijn ouders.
Het verlangen naar vrede en de woede jegens de oorlog die je bezielen,
hebben je deze woorden in het Latijn laten schrijven:
In terra pax hominibus bonae voluntatis. Dona nobis pacem. R.K.
Ik was met mijn kleine zusje toen ik deze inscriptie ontdekte. We
waren naar dit braakliggende terrein gekomen om te badmintonnen. 
Ik had ook mijn cello bij me om de Suites voor cello solo van
Bach te spelen, met name de eerste. Je kunt je voorstellen wat een
opluchting je woorden voor mij waren. Nee, ik ben niet alleen, dacht
ik bij mezelf. Ik ben niet alleen in deze dolgedraaide wereld. Hier
is nog iemand die de dingen net zo aanvoelt als ik, die wenst dat
er vrede is onder de mensen van goede wil, zei ik steeds maar weer
tegen mezelf. Je hebt die woorden niet in het Japans geschreven, noch
in het Engels, maar in het Latijn. Om je te beschermen natuurlijk.
Als je ze in het Japans had geschreven en de Militaire Politie je had
kunnen identificeren als de auteur van deze woorden, had je in de
gevangenis opgesloten kunnen worden of erger, gemarteld… Door
ze te graveren in het Latijn, dat bijna niemand in dit land begrijpt,
kon je ontsnappen aan een hardhandige ondervraging door de militairen. 
Verzetswoorden in het Latijn! Met deze woorden heb je
stilzwijgend blijk gegeven van je wil om je te verzetten tegen het
militaire fanatisme dat aan dit land vreet als een kwaadaardige
kanker. Dit land waarin spreken over vrede en vrijheid wordt
­beschouwd als majesteitsschennis! 
Ik was blij dat ik al je woorden begreep; ik ben blij dat ik niet alleen Frans 
heb geleerd maar ook een beetje Latijn tijdens mijn studiejaren in Parijs. 
Ik ben musicus; ik heb dus de meeste energie besteed aan het studeren van muziek.
Maar ik heb het Frans en het Latijn niet verwaarloosd. Dankzij
mijn driejarig verblijf in Parijs begrijp ik je, ben ik in gedachten bij je.
Ik heb je woorden in mijn opschrijfboekje genoteerd. Toen ik ze
overschreef, kwamen een paar werken in me op die ik in Parijs heb
ontdekt tijdens concerten: de Mis in b-kleine terts van Johann
­Sebastian Bach en vooral de Missa solemnis van Beethoven. Toen
ik in het Parijs van mijn studiejaren binnenglipte bij koren die het
oeuvre van Beethoven zongen en met oneindige tederheid fluisterden: 
‘Et in terra pax hominibus bonae voluntatis’, kon ik mijn tranen niet inhouden. 
Wat een genot na ‘Gloria in excelsis deo’ fortissimo gezongen 
met alle kracht van de menselijke stemmen, begeleid
door de opmerkelijke expressie van het al even krachtige orkest!
Vervolgens weerklonk de melodie van ‘Dona nobis pacem’ van de
Mis in b-kleine terts en die van de Missa solemnis beurtelings in
mijn oren. Ik meende het vurige gebed van Bach om de terugkeer
van de vrede te horen, alsmede de woede van Beethoven over de
verschrikkingen van de oorlog.
Ik stop hier. Ik ga deze brief toevertrouwen aan mijn luthière, die
mijn cello zal bewaren. Voor mijn instrument is er geen plaats in de
oorlog.
Lieve R.K., het is een rare brief die ik je stuur. Sorry. Je zielsverwant,
Ken Mizutani


135. Naarmate de tijd voortschreed, omdat we elkaar regelmatig
zagen en bijna altijd Frans spraken behalve wanneer er een derde
bij was, werd onze band sterker, zowel vriendschappelijk als professioneel. 
Op een mooie dag zijn we elkaar gaan tutoyeren. Ken was
altijd bijzonder vriendelijk en ontroerend aimabel tegen me. Hij
voelde mee met mijn lot, mijn eenzaamheid als Française in Tokio.
Op een dag zei hij: ‘Je bent van zo ver gekomen, in dit land dat
onteerd wordt door een barbaars en fanatiek imperialistisch militarisme… 
Ik zeg het je in alle eerlijkheid. Ik kan het tegen jou zeggen,
want jij bent Française, in en met deze taal die de jouwe is, niet de
mijne, maar ik doe mijn best om haar de mijne te maken, want het
is de taal die ik denk te horen en te spreken wanneer ik cello speel!’
Ik vroeg hem toen of hij zelfs Frans hoorde als hij Bach speelde.
Hij antwoordde heel vrolijk bevestigend. Door de muziek en deze
vreemde taal die het Frans is kon Ken zich bevrijden van de beklem-
mende werking van zijn dictatoriale land. Ik wees hem er toen op
dat expansionistisch imperialisme niet was voorbehouden aan het
Japanse Keizerrijk… Overal maken mensen elkaar af; overal heerst
geweld. Waarom?



163. Die begon ten slotte aan de laatste ‘Gigue’. De
kleine dans van discrete vreugde, misschien op duistere wijze
gemengd met een zweem van droefheid, leek maar door te
gaan. En toen Guillaume voor de tweede keer de cathartische
afdaling – maar ditmaal lichtelijk vertraagd – re-la-fa#-re-la-
fa#-re maakte, was dat het einde van een wonderlijke reis die
je uitnodigde om het innerlijke landschap te doorkruisen van
een individu dat nadacht over zichzelf en over de wereld, om
in de ervaring te delen van een nieuwe mens die zich bevrijdt
van de last van oude gemeenschappen.


185. En ik vraag me iedere keer af waarom ik me verdiept heb 
in Europese studies, waarom ik me zo hartstochtelijk 
op het Frans heb gestort dat ik op een gegeven moment 
geen weerstand kon bieden aan de verleiding om in Frankrijk te gaan wonen. 
Ik wilde me onderdompelen in deze taal. 
Het komt vast door de bibliotheek die mijn ouders hadden ingericht 
in hun dokterspraktijk in Shinano-Oïwake voor hun patiënten en de dorpsbewoners. 
Ik verslond de boeken van deze bijzondere bibliotheek. 
De bedoeling van mijn ouders was vast om verhelderende 
en emancipatoire teksten aan te reiken, die lijnrecht ingingen 
tegen de onderwerpen die met veel tamtam door militaire en keizerlijke autoriteiten 
werden aangeprezen. Dat was mijn school. Dat was mijn wereld, afgeschermd van de wereld die
me omringde. Door die school overal mee naartoe te nemen, in mezelf, 
door de weg te gaan die mijn ouders waren gegaan, was ik tegen
mijn twintigste terechtgekomen in een immens woud van Franse
boeken. En daar verschanste ik me in. Daar bouwde ik mijn fort.
Daarom kostte het me heel wat jaren om weer terug te komen bij
mijn moedertaal. Tegenwoordig schrijf ik: ik schrijf in het Japans,
evenals in het Frans, maar ik schrijf in deze taal alsof ik Frans
schrijf, door haar te verdraaien, te ontwrichten, haar te mishandelen, 
als ik dat zo mag zeggen. Ik schrijf in mijn moedertaal terwijl
ik me altijd afvraag hoe ik kan schrijven zodat deze taal nooit meer
de taal van het ontketende fanatisme wordt dat mijn broer en mijn
vader heeft vermoord, dat in Azië in die duistere en getourmenteerde tijd 
die de generatie van mijn ouders heeft doorgemaakt meer
dan twintig miljoen mensen heeft vermorzeld en vernietigd. Ik sluit
me in dit opzicht aan bij Victor Klemperer die zich vragen stelde bij
de taal van het Derde Rijk als taal van het fanatisme van de massa.