Akira Mizubayashi, Versplinterde ziel.
Uitg. Tzara 2023
‘Bij de muziek van Schubert stromen de tranen zonder eerst de ziel te bevragen. Zonder beelden op te roepen dringt die muziek rechtstreeks, in haar eigen werkelijkheid bij ons binnen. Wij huilen zonder te weten waarom, omdat wij nog niet zijn zoals die muziek ons belooft ooit te zijn. Wij huilen omdat wij wel het onnoemelijke geluk ervaren dat die muziek slechts hoeft te zijn zoals ze is om ons ervan te verzekeren dat we op een dag zullen zijn zoals zij.’
Theodor W. Adorno, Musikalische Schriften 4
22.De eenzaamheid van de dichter Schubert die wegglijdt in enorme weemoedigheid tegenover het geweld van een krankzinnig geworden wereld. Dat is me nogal iets.
28. 'Maar is het in het Japans niet moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk, om iemand bij zijn voornaam te noemen?' vroeg Kang terwijl hij voorzichtig zijn viool en strijkstok op de grond legde.
'Klopt. Normaliter doe je dat niet. Of alleen onder bepaalde voorwaarden, in bepaalde situaties - die ik trouwens niet eens goed zou kunnen omschrijven. Feit is dat ik jullie wél bij jullie voornaam noem. We zouden zelfs kunnen overwegen dat we elkaar puur en alleen bij onze voornaam aanspreken zonder dat "-san" eraan vast te plakken. Zoals men in de Europese talen doet.
Of is dat te radicaal?'
'U wilt dat er onder ons zo'n grote vrijheid en zo'n volmaakte gelijkheid heersen dat we altijd vrijuit kunnen spreken?' zei Yanfen
tegen Yu.
'Precies. Laten we ook in de taal die we gemeen hebben symmetrie in acht nemen! We zouden gelijken moeten zijn vóór en ook in de taal.
Er viel een stilte. Yanfen had haar instrument en de strijkstok op haar knieën gelegd die door de bruine stof van haar jurk werden bedekt. Zij was het die als eerste iets zei.
'Laten we, omdat Mizusawa-san... nee, Yu-san... of nee... omdat Yu erop aandringt, proberen een nieuwe ruimte te creëren, een nieuwe manier van "onder ons" te zijn, door elkaar voortaan systematisch bij de voornaam aan te spreken! Ik denk dat moedertaalsprekers moeilijk zelf wijzigingen in hun taal kunnen aanbrengen omdat ze er als het ware in opgesloten zitten. Het zijn eerder buitenlanders die voor veranderingen kunnen zorgen.'
'Dank, Yanfen.
Yu had bijna 'Yanfen-san' gezegd, maar hij kon zich inhouden om het zo ingesleten automatisme niet af te maken: de twee lettergrepen van de voornaam Yanfen werden slechts gevolgd door een 'klankleegte' die het bijzondere effect sorteerde van een abrupte terugtrekking.
29. Ik denk dat voor Philippe de taal, in zijn geval het Frans, een gemeenschappelijk goed is dat de gebruikers van die taal als het ware eerlijk delen. Sociale relaties in de zin van superioriteit en ondergeschiktheid zijn niet in de taal ingebouwd - wat wel het geval is in het Japans'
'Ik geloof dat ik het beter begin te snappen, antwoordde Cheng terwijl hij de cello tussen zijn benen klemde alsof de man en het instrument zich al dansend verstrengelden.
'Als mensen hun taal delen als iets gemeenschappelijks, zei Yanfen peinzend, 'dan bevordert dat natuurlijk horizontale relaties, die het op hun beurt weer moeilijker maken dat bepaalde lieden anderen overheersen.
93. Om van muziek te kunnen genieten, zijn er componisten nodig die muziek creëren. Er moeten natuurlijk ook vertolkers zijn, instrumentalisten - violisten bijvoorbeeld - die dat werk verklanken. Maar bijna even belangrijk zijn de mensen die hun instrumenten vervaardigen - hun violen en hun strijkstokken.
Die drie categorieën, die drie groepen personen moeten noodzakelijkerwijze samengaan. Anders is er geen muziek. Is dat niet schitterend?
96. .’Waar hij echter nog het meeste van hield waren strijkkwartetten. Vooral die van Mozart, Beethoven en Schubert. Ik weet nog wat hij ooit tegen me zei: "Dat is nu exact het tegenovergestelde van waar ik de allergrootste hekel aan heb: militaire muziek!"'
'Muziek die in het leger wordt gespeeld?'
'Ja. Marsmuziek die ertoe dient om soldaten in vee te veranderen, zoals hij zei. Militaire muziek, die je onmogelijk níét kon horen in het Japanse leger, was voor hem het toppunt van ontspoorde muziek.
Waar muziek ruimte biedt voor een hoogstpersoonlijke innerlijke beleving, berooft marsmuziek de mens juist van zijn wezen, zijn eigen identiteit. Zo verwoordde hij dat. Ja, hij verafschuwde militaire muziek. Ik denk dat hij het nodig had zich onder te dompelen in echte muziek om zich te ontdoen van elk spoortje van die verdorven hoempa.?
'Het kan ook zijn dat hij zijn heil zocht in de eenzaamheid van goede muziek om zich te verzetten tegen de grootschalige en blinde
geestdrift die de marsmuziek vergezelde en ook versterkte, merkte de vioolbouwer op.
'Inderdaad. Als hij 's avonds thuiskwam van zijn werk, zette hij altijd eerst een plaat op. Vaak luisterde hij naar strijkkwartetten, de zes kwartetten van Mozart opgedragen aan Haydn of de laatste kwartetten van Beethoven. Hij maakte ook geregeld periodes door waarin hij als geobsedeerd naar Rosamunde en naar Der Tod und das Mädchen luisterde. Hij hield ook enorm van Bach. Onophoudelijk draaide hij diens Sonates en partita's voor onbegeleide viool in allerlei verschillende uitvoeringen.
98. Nadat ze op exact dezelfde plek was gaan staan waar ze twee uur eerder de Gavotte en rondeau had gespeeld, vertolkte ze dat stuk van Bach opnieuw. De hoge noten klonken als een lange aaneenschakeling van druppels van het zuiverste water uitgegoten door een lage en gekwelde hemel; druppels die fonkelden in de eerste stralen van een zon die schuin door het groene loof van een weelderig noordelijk bos schenen. En dat terwijl de middentonen en basnoten gewatteerd leken en gedempt over een weids fluwelen oppervlak gleden en de impressie wekten van een huiselijke warmte uitgestraald door een marmeren schouw die de hele nacht is blijven branden. Daar kwam bij dat de klankkleur over het hele spectrum verbluffend gelijkmatig was. In euforische vrijheid bewoog de muziek zich voorwaarts en weer terug, steeg ze op en daalde ze neer; het deed denken aan een blije, huppelende dans die het genoegen lijkt te verklanken van een wandeling door een betoverd landschap.
(…)
99. En zo belandde de viool van Yu Mizusawa, gebouwd door Nicolas François Vuillaume, vijfenzestig jaar na de barbaarse gewelddaad die het instrument had versplinterd, na weer tot leven te zijn geroepen door de handen van zijn zoon Rei Mizusawa of Jacques Maillard, die een gerenommeerde meestervioolbouwer was geworden, in de familie van dezelfde persoon die het instrument had toevertrouwd aan de kleine jongen die die middag zijn toevlucht had gezocht, zich had schuilgehouden, was weggekropen in de beklemmende duisternis van een beschermende kast.
162. ‘ Juist vanwege dat onuitsprekelijke geweld, de onherstelbare moordzucht die mensen er plotseling en nietsontziend van weerhoudt hun leven te leven en zodoende een eindeloze stoet fantomen voortbrengt, was het oprichten van een altaar absoluut noodzakelijk voor Rei Mizusawa. Het was een altaar dat hem eerst en vooral zijn vermoorde vader teruggaf en in het verlengde daarvan alle overledenen die hem van nabij of van een afstand hadden vergezeld. Zijn vak als vioolbouwer, als de ambachtsman die de klanken van de ziel, van het innerlijke leven, van de zwartste droefgeestigheid maar ook de klanken van de diepst doorleefde blijdschap doet zingen - dankzij componisten uit verleden en heden en door de tussenkomst van weergaloze vertolkers - via de instrumenten die hij vervaardigde na zoveel jaren opleiding, na al die jaren van proberen, van aarzelen, van zoeken, na alle inspanningen die hij zich had getroost in de geduldige en bevlogen bestudering van de briljantste voorbeelden van oude meester-luthiers, en vooral na een heel leven te hebben doorgebracht in het gezelschap van de vrij gewone viool van zijn vader, een viool die hij repareerde, restaureerde, met zorg omringde... wel, dát ambacht, dat volledig is gewijd aan het menselijke gevoelsleven, was niets anders dan een inspanning om het traumatische verdriet te verzachten dat voortvloeide uit de verschrikkelijke vernietiging van wat de mens het meest intens verbindt aan de wereld en aan het leven.’


