Dupslog

jan.vanduppen(at)telenet.be

Jan Van Duppen

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Jan Van Duppen
Artikel

Artem Tsjapaj - Gewone mensen dragen geen machinegeweren

 


Artem Tsjapaj - Gewone mensen dragen geen machinegeweren


Uitg. De Bezige Bij 2026


 


 


 


11. Hij maakt nu deel uit van een breed volksleger, waarin alle afkomsten en gezindten hetzelfde lot delen. Ze zullen, veronderstellen ze dan nog, de oorlog natuurlijk verliezen, de Russische overmacht is zo enorm. Misschien worden ze partizanen in de bossen, om op elke manier verzet te bieden die ze maar overblijft. Met stokken en stenen als het moet.


Maar het liep allemaal anders. En wel omdat honderdduizenden mensen dezelfde keuze maakten – de existentiële keuze om in verzet te komen en de Duisternis tegemoet te treden in plaats van een slachtoffer te zijn en te vluchten, om te vechten ondanks de aanzienlijkekans op verlies. Daarom hield Oekraïne stand.


Hij heeft nooit geloof gehecht aan nationale mythes over de Oekraïense volksaard, aan de felle onafhankelijks­ zin die zou dateren uit de Kozakkentijd (een gemeenschap die bestond uit ontsnapte slaven en lijfeigenen tenslotte), maar stelt vast dat Oekraïners zich altijd (zij het meestal vergeefs) hebben verzet tegen Russische overheersing, terwijl het Russische volk al eeuwenlang willoos


buigt voor zijn tsaren, of die nu Romanov, Stalin of Poetin heten.


 


41. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat intellectuelen zoals Chomsky en consorten het, waar ze ook over praten, uiteindelijk altijd over zichzelf hebben.


Rusland valt Oekraïne aan, maar hun analyse begint bij Amerika. Vooruit. Als het op die manier moet, laten we dan nog eens ‘The Responsibility of Intellectuals’ erbij pakken en toch die gebrekkige historische analogie uitwerken. De Oekraïners oproepen om te capituleren voor Rusland, dat is hetzelfde als Vietnam in de jaren zestig oproepen geen weerstand te bieden


aan de Verenigde Staten omdat, ik noem maar wat, de Sovjet-Unie of China de Vietcong ondersteunt met wapenleveranties.


 


51. Als ik me had onttrokken aan de strijd tegen de Duisternis om bij mijn gezin te blijven, hadden mijn vrouw en kinderen mijn keuze, mijn redenering, zonder meer geaccepteerd. Natuurlijk moest ik bij ze blijven, zij zijn immers het dierbaarste wat ik heb. Als ik voor de Duisternis gevlucht was, hadden zij het kunnen accepteren. Maar ikzelf vermoedelijk niet.


(…)


Zo stond mijn zoon voor me en keek me gepijnigd aan. Waarom moet papa ons verlaten? Omdat ik, lieverd, als ik nu vlucht, later niet in staat zal zijn om je in de ogen te kijken. Of mezelf, als ik voor de spiegel sta bij het scheren.


Tegelijk vrat een ziekmakend schuldgevoel aan me. 


Tegenover mijn kinderen, die ik zou verlaten. 


En tegenover mijn vrouw, bij wie ik hen zou achterlaten.


 


67. Het ergste waren de ochtenden. Als ik ontwaakte uit een mooie droom en het in de werkelijkheid nog steeds oorlog was. Vervolgens ging ik dan een peuk roken (na twee weken oorlog begon ik met roken). Schunnige grappen. Zwarte humor. Harde grappen over de Russen.


Zo kwam ik een beetje tot mezelf. Het gevoel van saamhorigheid hield me op de been. Het gevoel dat je deel uitmaakt van iets groters. En overduidelijk aan de goede kant.


Je voelt die ‘grootsheid’ en wenst tegelijkertijd vurig dat het zo snel mogelijk voorbij is.


Verder begon ik om de haverklap ‘ik hou van je’ te zeggen tegen mensen, ongeacht hun geslacht.


 


104. Maar vergeet niet wat voor een belangrijke rol de herinnering aan de Kozakken speelde voor de geknechte keuterboeren in het Russische Rijk, in het bijzonder voor onze in slavernij geboren nationale dichter, Taras Sjevtsjenko. Er was een levende herinnering aan het verzet tegen de kolonisatie. Aan vrije mensen, al waren ze misschien wat onbehouwen. Misschien dat de Kozakkentijd, driehonderd jaar geleden, verklaart waarom de Oekraïners met hun republikeinse traditie, met hun anarchistische inslag en eeuwige opstanden tegen hun leiders (‘Weg met de hetman!’) tot op de dag van vandaag zo radicaal verschillen van Rusland, dat eeuwenlang niets anders dan tsaren heeft gekend?


 


140. Welke opties hebben we? Ik zal hier niet uitweiden over de Oekraïense geschiedenis, maar onze opties zijn helder. Of we verdedigen ons land, alle verliezen ten spijt, of we blijven nog eens honderd jaar een kolonie van het Russische imperium. Een heel volk kan moeilijk vluchten. Als we ons gewonnen geven, kunnen ze met ons doen wat ze willen. Zoals China doet met de Oeigoeren. Nu krijgen we hulp in de vorm van wapens, maar als we ons uitleveren aan de genade van de bezetter, kan de rest van de wereld hoogstens ‘ernstige zorgen uiten’. 


Onlangs heeft het Europees Parlement eindelijk afgerekend met misplaatste politieke correctheid


en de Holodomor, de kunstmatige hongersnood in Oekraïne in 1932-’33, als genocide erkend. Natuurlijk is het moeilijk voorstelbaar dat er in het Europa van vandaag weer miljoenen mensen vermoord kunnen worden – maar goed, voor de vierentwintigste konden we ons ook niet voorstellen dat het ene land het andere zou binnenvallen. De Britse inlichtingendienst heeft


de aanvankelijke plannen van Rusland geopenbaard – het was van plan de Oekraïners na de bezetting op te delen in vier groepen en de ‘onverzoenlijken’ fysiek te vernietigen. Te liquideren. Af te slachten. We zien dat de Russen kinderen uit de bezette gebieden deporteren en proberen hen te ‘herprogrammeren’. 


Dat was de directe aanleiding voor het arrestatiebevel tegen Poetin van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Ik moest denken aan het nare gevoel toen mensen in het buitenland de straat op gingen met de oproep Oekraïne niet te steunen. Het is makkelijk om je te verstoppen achter de abstracte leus ‘hoe meer wapens, hoe meer oorlog’ als je leven niet in gevaar is. Maar als je familie onder bezetting leeft en je weet wat de Russen hebben gedaan met ongewapende burgers in Boetsja, dan is het een ander verhaal.