Dupslog

jan.vanduppen(at)telenet.be

Jan Van Duppen

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Jan Van Duppen
Artikel

Christopher Clark, Een schandaal in Köningsberg

Christopher Clark, Een schandaal in Köningsberg 


De Bezige Bij 2025


 


53. De vroegnegentiende-eeuwse pathologie erkende het bestaan van specifieke religieuze vormen van melancholie. Het betrof dan omstandigheden waarin ‘duistere en verwarrende voorstellingen’ en ‘droevige en angstige gevoelens’ werden opgeroepen door religieuze ideeën en verwijzingen. Een traktaat uit 1799 beweerde dat van de personen die vanwege mentale ziekte opgesloten waren in de inrichtingen van de Duitse staten ‘ongeveer twee derde gek is geworden door excessieve religiositeit of door gepieker over religieuze kwesties’.5 Religieuze melancholici, werd geredeneerd, vertoonden bepaalde kenmerkende symptomen: de huid van het gezicht kon een ‘bleke, gele, aarden kleur’ hebben, en de ogen ‘een verdrietige, kwijnende, angstige blik [...].’ De gang van melancholici was onzeker, de stem trilde en was zwak. Ze beschuldigden zichzelf van erge zonden en verkeerden in diepe twijfel over de vraag of ze in een staat van genade verkeerden. Ze werden vaak afgestoten door hun eigen gedachten, die ze blasfemisch vonden. 


 


67. In de diagnose van pathologen kon empirische waarneming verward worden met rationalistische vijandigheid tegenover vermeend excessieve en irrationele vormen van religie. mGeen wonder dat de arts Gustav Blumröder in 1837 schreef dat religieuze waanzin vooral onder leden van protestantse conventikels een gewoon verschijnsel was, aangezien dat bastions waren van ‘onzinnige strengheid en terreur’, waarin ‘bekrompen maar goed bedoelende fanatiekelingen, [...] afschuwelijke, doelbewuste bluffers, theologische halve mensen’ ontvankelijke slachtoffers in hun netten strikten.


In de vroege negentiende eeuw trok religie als een krachtige spirituele golf over heel Europa en dreigde soms het maatschappelijk netwerk te vernietigen. Ze wakkerde de politieke betrokkenheid in Europa aan en zorgde voor eindeloos nieuwe combinaties. De nieuwe combinaties waren mogelijk omdat de schok van het revolutionaire tijdperk de religie voor een


deel had losgescheurd van de instellingen met theologisch en kerkelijk gezag, waardoor ze de wereld in kon. 


De achteruitgang van het kerkelijk gezag ging gepaard met een verruiming van het religieuze gevoel. Het gevolg was een verlies aan zekerheid en een uitbreiding van mogelijkheden.