Artikel

Dave Eggers, Contrapposto

Dave Eggers, Contrapposto


Uitg. DeBezigeBij2026


176.  ‘Ik ben me ervan bewust dat veel van jullie geen tekenaars zijn. Jullie zijn niet geïnteresseerd in het weergeven van de wereld zoals je die ziet. Dat kan. De kunstwereld van de laatste eeuw heeft ruimte gemaakt voor hen die niet kunnen tekenen. Maar ik wil jullie vragen om de verleiding van een nieuwe paradoxale tirannie te weerstaan, waarin zij die geen technische vaardigheid bezitten degenen terroriseren die deze wel hebben. Als we bepaalde kunstenaars van de academie verjagen – de meest natuurlijk begaafde en klassiek vaardige, godbetert! – laten we ons in met een soort omgekeerd artistiek fascisme dat me doet denken aan Pol Pot die zijn land van intellectuelen zuivert.’


189. ‘“Kunst kun je niet onderwijzen, maar je kunt het wel leren,” heeft een van hen ooit tegen me gezegd. Ze zien overal de ironie van in, behálve van wat ze zelf zeggen en onderwijzen. Daar houdt de ironie op. En ze missen ook de secundaire ironie, die wil dat kunstenaars rebels horen te zijn, maar dat de paradigma’s die zij onderwijzen juist het saaiste, meest, slaafse mensentype voortbrengen dat er bestaat. Als die jongens en meiden Arcenaux’ krachteloze krabbels niet na-apen, jaagt hij ze de tent uit.’


257. ‘Daar kun je niet meer heen!’ bulderde ze. ‘Dat is geen galerie, dat is een graftombe! Hoelang werk je daar al?’
‘Een maand,’ zei Cricket.


‘God. Je moet daar weg! Je hebt zelf nog niet eens door wat die tent nu al met je heeft gedaan. Daarginds kon ik het niet zeggen, maar Crickie, daar heerst de dood. De leegte. Je gaat daar dood. Ik ben er maar tien minuten geweest en ik ben nu al helemaal koud vanbinnen. Een hermetisch verzegelde ontkenning van alles wat het leven en de kunst de moeite waard maakt.’ (…)


‘Hoe heeft het kunnen gebeuren dat de kunstwereld door zulke vreugdeloze mensen is gekaapt?’ vroeg ze. ‘Heb je die uitspraak van Maybeck weleens ergens gezien?’ Cricket knikte. Hij had geleerd te doen alsof hij tenminste één op de tien verwijzingen van Olympia begreep. ‘“Een kunstgalerie was een trieste, serieuze zaak.” Goed, hè? Hoe hebben we die galeries toch zo triest en serieus kunnen maken?’


318. Hij volgde haar naar binnen en moest lachen. De façade was een rookgordijn. De buitenkant was grof, krakkemikkig, grijs en bedekt met graffiti. Maar vanbinnen was het gebouw tot hoogglans opgewreven. De lobby was een volledig uitgevoerd installatiekunstwerk, tot op de laatste centimeter bloedrood geverfd terwijl tientallen witte bollen, zo groot als strandballen maar veel compacter ogend, als kwallen op en neer zweefden.


‘Zonder draden,’ merkte Cricket op.


‘Magneten,’ zei Orinda. ‘Het was natuurlijk oorspronkelijk voor de Biënnale bedoeld. Heb je het daar gezien?’


‘Nee,’ zei Cricket.


De bollen bewogen in vreemde banen, de magneten trokken ze in drastische diagonalen. Ze vermeden elkaar, gestaag maar onmiskenbaar. Hier was sprake van uitzonderlijk vakmanschap.


‘Raken ze elkaar nooit?’ vroeg hij.


‘Tot nog toe niet,’ zei Orinda.


361. Wat overbleef, het enige toevluchtsoord dat overbleef, was het eenvoudige plezier in het creëren. In het maken vaniets uit niets. Maar Kyle had geen plezier. En Olympia had geen plezier.


En de mensen die in de studio werkten deden dat om hun leven buiten de studio te bekostigen. En de miljardairs die Kyles werk kochten waren investeerders, geen liefhebbers. Dus iedereen – alle betrokkenen, van Cricket helemaal naar de top – maakte deel uit van een soort fabriekje dat mooie, overbodige dingen produceerde die voor de makers amper betekenis hadden.


397.  Onderweg vertelde ze over haar werk, wat inhield dat ze heel rijke kunstkopers adviseerde over wat ze wel en niet moesten kopen, welke werken ze konden doneren of uitlenen en aan welke instellingen en wanneer. Er waren natuurlijk strategieën om de waardering voor bepaalde kunstenaars een boost te geven en dan kon het geen kwaad als twee of drie van haar klanten kort na elkaar werk van een bepaalde kunstenaar kochten.


‘Al het werk op de tentoonstelling wordt verkocht, de waarde van het werk van de kunstenaar schiet omhoog en de kopers kunnen het twee jaar later met een flinke winst verkopen,’ zei Cricket.


‘Ja, dat komt weleens voor, inderdaad.’