Georgi Gospodinov, De dood en de tuinman
Uitg. ambo/anthos 2026
16. De volgende dag wachtte hem een isotopenonderzoek. Dat onderzoek waarbij de geinjecteerde vloeistof na een bepaalde tijd zich nestelt op plekken met een metabolische activiteit en oplicht als een kerstboom, zoals een van de artsen het verwoordde. Ik zou al snel uitvinden dat de in mijn oren zo onschuldig klinkende term 'metabolische activiteit' in feite meestal tumorvlekken of uitzaaiingen betrof. Medische bevindingen zijn zo geschreven dat een patiënt ze kan begrijpen als hij dat echt wil. Maar als hij het niet wil weten, dan is er die mogelijkheid er ook.
29. Tot nu toe wist ik dat het Latijn een dode taal is. / Nu weet ik dat het de taal van de dood is./ De dood spreekt Latijn.
Elke medische beschrijving, zelfs die van een normale ademhaling en roze slijmvliezen, haalt je in feite uit de gewone rangen der levenden.De taal wordt een kliniek. En hoe gedetailleerder de beschrijving, hoe verder de mens ervanaf komt te staan. Geen mens meer, maar een patiënt. Hier begint de eerste verandering al. De objectieve beschrijving van de toestand verandert je in wezen langzaam in een object. De eerste autopsie, die gedaan wordt als je nog leeft, en zonder verdoving, wordt uitgevoerd door de taal. Die komt koelbloedig binnen, onderzoekt en beschrijft. Of eigenlijk is het niet de taal zelf, maar zijn het de apparaten die dit doen. Het is echter de taal die vastlegt en zichtbaar maakt. Behalve dan dat mijn vader er niet meer is. Elke gedetailleerdere beschrijving leidt paradoxaal genoeg tot meer ontmenselijking.
36. Elk jaar leven we beter, maar het leven zelf wordt elke dag slechter, gaat mijn vader verder. Dat zei een van de dorpelingen altijd tijdens het socialisme. Een vreemde zaak, zo had de man keer op keer herhaald, dat we elk jaar beter leven, zoals ze in de krant schrijven, maar dat het leven zelf elke dag slechter wordt. En zo is het ook met mij, zegt mijn vader, terwijl hij probeert te glimlachen ondanks zijn pijn.
38. Mijn vader had een soervatsjka meegenomen, een traditioneel versierde tak van de kornoeljeboom die symbool staat voor gezondheid en voorspoed. Hij had de tak zelf gemaakt. En toen realiseerde ik me dat deze scène niet toevallig plaatsvond. Deze scène gebeurt, zoals Borges zou zeggen, om een andere scène te herhalen, een andere geboorte. En ik begreep iets wat waarschijnlijk elke ouder begrijpt, dat elke geboorte op een of andere manier dé geboorte is. En deze scène een huiselijke variant op de kerststal.(…)
Net als de Wijzen uit het Oosten stonden mijn vader en moeder daar, verlegen en blij, op de drempel van de kinderkamer, vol eerbied voor de baby. Ik weet niet of dit het juiste woord is, maar er was in ieder geval verering. De baby was zo klein als een komma, huilend, met een nog wat gelige huid. Ze bogen hun hoofd en deden iets wat ik niet had verwacht: ze kusten het handje van de baby. In een patriarchale cultuur zoals de Bulgaarse is het meestal andersom. De jongere kust de hand van de oudere, de jongere buigt en moet respect tonen. Maar zie hoe een geboorte alles omdraait. Ze kwamen verlegen dichterbij, alsof ze een buiging maakten voor iemand die uit een andere wereld kwam.
(En, tussen ons gezegd, een kind komt ook echt uit een andere wereld. Het heeft er negen maanden voor moeten reizen.)
41. Ziekte dwingt je tot gesprekken die je normaal nooit hebt en intimiteit die je voor je uit schuift. Plotseling begint de persoon naast je, die je altijd als constant aanwezig beschouwd hebt, te stralen in zijn sterfelijkheid, en transparant en kwetsbaar te worden. De draad van zijn leven licht op als die zonovergoten spinnenwebben die plotseling zichtbaar worden in de herfst.
126. De kindertijd is verticaal. Je groeit omhoog, je bent zo lang als de rozen in de tuin, iedereen zegt tegen je, jaar na jaar, hoeveel je gegroeid bent, je vader tilt je hoog op, daarna kun je op je tenen staan, alles gonst van leven en beweging, je wilt niet gaan liggen, dat doe je alleen als ze je dwingen. De ouderdom is horizontaal. Laten we even uitrusten, 's middags een dutje doen, ik ga even op de bank liggen, want mijn rug... Ouderdom is het wennen aan een lange, misschien eeuwige, horizontaal.
135. Toen hem eens werd gevraagd waar zijn vader werkte, antwoordde een klasgenoot van mij: In de klappenfabriek. Een paar seconden lang nam de lerares dit op als betrouwbare informatie en ze begon het antwoord als automatisch in het schoolboek te schrijven. Alle vaders werkten in die tijd in een fabriek - een porseleinfabriek, rubberfabriek, een fabriek voor bakstenen, waarom niet de klappenfabriek. Totdat ze ineens besefte wat het betekende en boos werd, en wij lachten ons rot.
De klappenfabriek bestond niet alleen echt, maar draaide op volle toeren. En produceerde aan de lopende band klappen. Ik zet de klappenfabriek aan hoor, was de standaardwaarschuwing wanneer wij er zelfs maar aan dachten iets te doen wat niet mocht. Meestal werkten onze vaders daar, zij waren zelf de klappenfabrieken. Maar ook moeders wisten er raad mee. En de leraren eveneens. Die hele industrie bestond al lang voor onze tijd. Er wordt gezegd dat in het reglement van een van de eerste scholen in Bulgarije, de Gabrovoschool uit 1884, stond: 'Wij nemen alleen kinderen aan die volwassen zijn en die tegen een stootje kunnen.'
160. Natuurlijk hielden onze vaders van ons, dat weet ik in ieder geval zeker van mijn vader, ze wisten alleen niet hoe ze het moesten laten zien. Niemand had het ooit aan hen laten zien. Alleen hun kleinkinderen slaagden erin dit ongemakkelijke pantser te doorbreken.
175. In een van zijn romans, in Demonen, zo meen ik me te herinneren, zei Dostojevski dat een mens ongelukkig is omdat hij niet weet dat hij gelukkig is, een andere reden is er niet. Mijn vader beweerde, zonder dat hij zich aan Dostojevski had bezondigd, precies het tegenovergestelde. Ik hoorde hem ooit in gezelschap zeggen, met een lichte daling van zijn stem, en misschien is dat wel de reden dat ik het me herinner-de: Wij hier zijn gelukkig omdat we niet weten hoe ongelukkig we zijn. Natuurlijk was dat een puur politieke uitspraak. En deze afgeslotenheid, deze ontzegging van een andere wereld (een wereld die ons zelfs in een vergelijking ontzegd werd), werkte precies in het voordeel van ons 'geluk-kig zijn'.
179. Misschien was dat wel de missie van mijn vader, zonder dat hij het zelf doorhad: de herder zijn van een kleine kudde met verhalen die hij zelf had grootgebracht en die hem overal volgde. Of eenvoudigweg een tuinman zijn - daar, in de tuin van verhalen en stambomen.
194. Epiloog
Voor het eerst in jaren schrijf ik met de hand. Ik heb ontdekt dat dit de enige manier is om over mijn vader te schrijven. Ik begon met schrijven terwijl ik naast zijn bed zat, terwijl ik hem zijn pillen gaf, de pleister verving met opioïde die door de huid moest dringen, en ik naar zijn jeugd vroeg. Ik zette het einde om in woorden om het draaglijker te maken.
Ik wilde alles onthouden, want ik was niet zo slim als hij, ik had niet zijn socratische geheugen, waarvoor geen papier en potlood nodig zijn...


