Dupslog

jan.vanduppen(at)telenet.be

Jan Van Duppen

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Jan Van Duppen
Artikel

Giuliano da Empoli, De Kremlinfluisteraar

Giuliano da Empoli, De Kremlinfluisteraar 


Atlas Contact 2022


 


8. Op het eerste gezicht was Jevgeni Zamjatin een schrijver uit het begin van de twintigste eeuw, geboren in een dorp van zigeuners en paardendieven, die was gearresteerd en verbannen door het tsaristische bewind voor zijn deelname aan de revolutie van 1905. Niet alleen gold hij als een gewaardeerd auteur, hij was ook


scheepsbouwkundig ingenieur geweest in Engeland, waar hij ijsbrekers had gebouwd.


Na in 1918 te zijn teruggekeerd naar Rusland om deel te nemen aan de bolsjewistische revolutie had Zamjatin gauw door dat het


arbeidersparadijs helemaal niet op de agenda stond. Dat inzicht zette hem ertoe aan een roman te schrijven: Wij. En toen deed zich een van die ongelooflijke verschijnselen voor die je doen beseffen wat natuurkundigen bedoelen als ze het hebben over de hypothese van het gelijktijdig bestaan van parallelle universa.


In 1922 was Zamjatin niet langer een eenvoudige schrijver maar een


tijdmachine geworden. Hij meende dat hij een verwoestende kritiek op het Sovjetsysteem in wording aan het schrijven was. De censoren


hadden het zelf ook zo gelezen en daarom verschijning verboden.


Maar in werkelijkheid richtte Zamjatin zich niet tot hen. Zonder het te


beseffen had hij precies een eeuw overgeslagen en zich direct tot onze tijd gericht. Wij schetst een samenleving waarin de logica heerst, waarin alles in cijfers is vertaald en waarin het leven van elk individu tot in de geringste details is geregeld om maximale doeltreffendheid te garanderen. 


Een onverbiddelijke maar comfortabele dictatuur waarin


iedereen met één druk op de knop drie sonates in een uur tijd kan


produceren en waarin de betrekkingen tussen de seksen werden


geregeld door een automatisch mechanisme dat de best matchende


partners selecteerde en vervolgens de mogelijkheid bood met elk van die partners te paren. Alles was doorzichtig in de wereld van Zamjatin, tot en met een als kunstwerk versierd membraan dat op straat registreerde waar voetgangers het over hadden. Het spreekt voor zich dat op een dergelijke plek ook de stembusgang publiek moest zijn:


'Men zegt dat de ouden in zekere zin in het geheim stemden, in het


geniep, als dieven...' stelt het hoofdpersonage D-503 op zeker


moment. 'Waar al die geheimdoenerij voor nodig was heeft men nooit met zekerheid kunnen vaststellen. Wijzelf hebben niets te verbergen en schamen ons nergens voor: verkiezingen vieren wij in alle openheid, in alle eerlijkheid, voor iedereen zichtbaar. Ik zie iedereen stemmen voor de Weldoener; iedereen ziet mij stemmen voor de Weldoener.'


 


16. Zamjatin heeft geprobeerd Stalin te doen stoppen, hij begreep dat de man geen politicus was maar een kunstenaar. Dat de toekomst geen kwestie was van twee rivaliserende politieke visies,


maar van twee artistieke projecten. In de jaren twintig zijn Zamjatin en Stalin twee avant-gardistische kunstenaars die strijden om de suprematie. De krachten die tegenover elkaar staan zijn compleet onevenredig, want het materaal waar Stalin mee werkt is het vlees en bloed van mensen; zijn doek is een oneindig groot land; zijn publiek wordt gevormd door alle aardbewoners die vol ontzag in honderden talen zijn naam fluisteren.


Wat de dichter realiseert in zijn verbeelding, wil de demiurg het toneel van de wereldgeschiedenis opleggen. In die strijd staat Zamjatin vrijwel volledig geïsoleerd en toch probeert hij weerstand te


bieden aan de nieuwe orde. Hij weet dat Stalins kunst onvermijdelijk leidt tot het concentratiekamp, omdat er in het Plan dat het leven van de Nieuwe Mens beoogt te reguleren geen plaats is voor ketterij. Vandaar dat Zamjatin, hoewel hij ingenieur is, zich weert met de


wapens van de literatuur, het toneel, de muziek; hij heeft begrepen dat de goelag slechts een kwestie van tijd is als de macht dissonante klanken de kop indrukt. Als onwelgevallige


harmonieën monddood worden gemaakt is er straks alleen nog plaats voor marsmuziek in één vaste cadans. De kleine terts, de toonsoort in mineur, die niet strookt met de idealen van de


nieuwe samenleving, wordt dan een klassenvijand. Majeur! Niets anders dan de grote terts!Alle wegen leiden naar majeur! De muziek, zelfs zonder woorden, zal streng ondergeschikt worden gemaakt aan het woord. En er wordtgeen enkele symfonie meer gecomponeerd die niet de glorie van het marxisme-leninisme bezingt.'


 


22. Die revolutie was een nooit eerder vertoonde ramp. Al is het wel zo dat ik zonder die revolutie zou zijn geëindigd als bestuursambtenaar of in het gunstigste geval als lid van de hofhouding. Je zult mij nooit horen zeggen dat het communisme iets goeds is, maar op de keper beschouwd kun je onder welk regime ook gelukkig zijn, weet je... En vooral - ik zal je nog 'ns iets zeggen, Vadja - eigenlijk weet je nooit iets. Je hebt geen greep op de dingen die gebeuren. Erger nog, je kunt niet eens beoordelen of de dingen goed of slecht zijn. Jij staat daar, wacht op iets, verlangt er uit alle macht naar... Eindelijk gaat die wens in vervulling, en vlak erna besef je dat je leven verpest is. Ja, of andersom! Onverwachts lijkt onheil, kommer en kwel je deel en na een tijdje besef je dat het het allerbeste is wat je kon overkomen.


Geloof me, het enige waar je vat op kunt hebben is de manier waarop je gebeurtenissen interpreteert. Pas als je vertrekt vanuit de gedachte dat het niet de dingen zélf zijn die ons leed berokkenen maar onze beoordeling van die dingen, dan pas maak je kans greep te krijgen op je leven. Anders blijf je je leven lang met een kanon op vliegen schieten."


Ik weet nog precies hoe mijn grootvader keek toen hij die woorden


uitsprak. Het was een serieuze redenering, maar er klonk toch lichte


ironie in door, alsof hij zich een beetje geneerde om als een oude opa te klinken. Maar hij vond het belangrijk. Mensen van die generatie hechtten eraan om door te geven wat ze van het leven hadden begrepen, omdat ze meenden dat dat van belang was. Ik denk dat het de laatsten waren die zo dachten. Vanaf de generatie van mijn vader stond niemand er nog bij stil dat het misschien de moeite waard was om wat voor levenslessen ook door te geven. We zijn allemaal te cool, te modern geworden. En daar komt bij dat we met de doodsangst leven belachelijk over te komen. Niemand heeft zin de oude lul uit te hangen.


Mijn grootvader was geen patriarch van de negentiende eeuw; hij


was al een moderne man. Hij had Kafka en Thomas Mann gelezen,


maar op het risico af belachelijk te worden gevonden was hij toch


bereid tegen me te zeggen wat hij te zeggen had. En daar zal ik hem


altijd dankbaar voor blijven want sindsdien heb ik het idee dat we ons op de tast door het donker begeven. Dat we niet weten wat goed noch wat slecht voor ons is. Maar dat we vrij voor onszelf kunnen bepalen wat de betekenis is van zaken die ons overkomen. En in wezen is dat onze enige échte kracht.


 


35. Zoals alle grote dictators in de geschiedenis wist Ksenia instinctief dat niets onderdanen meer angst inboezemt dan willekeurige straffen. Een straf die je onverwachts kan treffen, zonder


duidelijke reden, is de enige straf die de bevolking in een staat van constante waakzaamheid houdt. Bij de onderdaan die weet dat je je gewoon aan een paar regels moet houden om met rust gelaten te worden zal op zeker moment een potentieel gevaarlijk gevoel van veiligheid rijpen dat die persoon tot rebellie kan aanzetten.


Degene die daarentegen in een toestand van voortdurende onzekerheid wordt gehouden kan elk moment ten prooi vallen aan paniek. De gedachte aan opstandigheid komt niet bij hem op. Hij is


veel te druk bezig de bliksemschichten uit de weg te gaan die zonder waarschuwing op hem worden afgevuurd.


 


36. Of je ging naar een privéfeest in een stripteaseclub, begon daar te praten met een onbekende vent bij wie de wodka uit zijn oren kwam, en de volgende morgen stond je aan het hoofd van een


communicatiecampagne waar ettelijke miljoenen roebels in omgingen.


De verrassing is altijd al een van de grote kwaliteiten van het


Russische leven geweest, maar in die jaren beleefden onverwachte


wendingen wel hun hoogtepunt. Stelt u zich al die mannen, al die


vrouwen voor - jong, vol energie, vaak briljant en soms zelfs geniaal -


die meenden te zijn veroordeeld tot een leven onder de grauwsluier en die nu onverhoeds de deuren van de wereld voor zich zien opengaan.


Ze konden worden wat ze wilden, geld verdienen, de planeet afreizen, slapen met fotomodellen. Allemaal dingen waarvan ze tot een paar jaar voordien niet eens het bestaan vermoedden. Je zou voor minder het hoofd verliezen. Heel wat van hen verloren hun hoofd ook letterlijk. Het geweld had schrikbarende vormen aangenomen. Het was alsof kleuters tegelijk met hun verfschortjes ook semiautomatische geweren hadden gekregen. Van alle kanten werd geschoten, en dat om de onzinnigste redenen. Je zag privémilities, ware legertjes die totaal onbeduidende figuren escorteerden, en soms raakte bekend dat een van die lieden in de lucht was geblazen. Een bom, een salvo uit een kalasjnikov. Alles voedde de radioactieve bubbel die Moskou was.


De opgehoopte aspiraties van een heel land, decennia lang


ondergedompeld in de apathie van communistische aftakeling,


kwamen hier samen. En in het middelpunt daarvan vond je niet de


cultuur, zoals intellectuelen meenden die ervan overtuigd waren de


scepter te zullen erven en die uiteindelijk met lege handen stonden.


Nee, in het middelpunt van dat alles had je de televisie. Het


zenuwcentrum van de nieuwe wereld dat met zijn magische gewicht


de tijd omboog en overal de blauwige gloed van het verlangen deed


oplichten.


 


43. We maakten barbaarse en vulgaire televisie, precies zoals de aard van het medium dat voorschrijft. De Amerikanen hoefden ons echt niets meer te leren. Sterker nog, wij waren het die


de grenzen van de trash verlegden. Maar heel soms rees de profundis de oeroude Russische ziel op. 


Op zeker moment vatten we het plan op een grootse patriottische show op te zetten. Toen we ons publiek vroegen wie hun grote helden waren, op welke personages de trots van moedertje


Rusland is gebaseerd, verwachtten we de namen van de grote geesten: Tolstoj, Poesjkin, Andrej Roebljov, of weet ik het, een of andere zanger of acteur zoals bij jullie zou gebeuren. Maar waar


kwamen de kijkers mee aanzetten? Wat schotelde de vormeloze massa die gewend is zich te buigen en de blik neer te slaan ons voor? Alleen maar namen van dictators! Hun helden, de grondleggers van het vaderland, maakten stuk voor stuk deel uit van het lijstje bloeddorstige alleenheersers: Ivan de Verschrikkelijke, Peter de Grote, Lenin, Stalin. We voelden ons wel geroepen de uitslag van de enquête te vervalsen en grootvorst Alexander Nevski te laten winnen - weliswaar een strijder, maar geen uitroeier. Maar echt, de figuur die de meeste stemmen kreeg was Stalin. Dat geloof je toch niet? Stalin! 


Toen besefte ik dat Rusland nooit een land als de


andere zou worden. Niet dat ik daar ooit aan had getwijfeld trouwens.'


 


58. "Ik heb nagedacht over het concept verticaliteit dat u uiteenzette. Het is een interessante notie, maar het kan niet zomaar als een rode ballon in de lucht blijven hangen. Het begrip moet


aan de grond verankerd zijn en worden toegepast op een concreet geval. Het land verkeert in totale chaos en heeft behoefte aan een vastberaden gids, maar het is een illusie de zaken voor te stellen alsof alle problemen in één keer opgelost zullen zijn. We hebben behoefte aan een duidelijk afgebakende arena waarin we de verticaliteit van de macht onmiddellijk en specifiek kunnen herstellen. Anders lopen we het risico het spoor bijster te raken en even machteloos te lijken als alle anderen."


"Inderdaad, Vladimir Vladimirovitsj, maar er zijn altijd bijzondere


omstandigheden en onverwachte gebeurtenissen."


"Vadim Aleksejevitsj, neemt u van mij aan dat onverwachte


gebeurtenissen steevast het gevolg zijn van onbekwaamheid. Is het


trouwens niet die Stanislavski van u die zei dat techniek niet volstaat


en dat het onverwachte noodzakelijk is om tot daadwerkelijke creaties te komen?"


In Poetins ogen lichtte weer die ironische schittering op die ik in deLoebjanka meende te hebben gezien, maar openlijker ditmaal. Zelf stond ik perplex. Ik had er alles onder durven verwedden dat hij de naam Stanislavski niet kende.


"De ideale arena ligt pal voor ons," vervolgde Poetin. "Het vaderland


staat onder druk. Islamitische fundamentalisten zullen niet langer


genoegen nemen met Tsjetsjenië alleen en hebben het gemunt op de


inname van Dagestan, vervolgens op Ingoesjetië en Basjkirië, om zo


door te dringen tot het hart van ons land. Als we ze hun gang laten


gaan, bestaat er over een paar jaar geen spoor van de Russische


Federatie meer."(…)


"Neem me niet kwalijk, Vladimir Vladimirovitsj, maar ik zou me wel


tweemaal bezinnen alvorens me in dat wespennest te wagen. De


afgelopen jaren heeft Tsjetsjenië meer politieke carrières in Moskou


om zeep geholpen dan tegenstanders op het slagveld zelf."


"Omdat geen van die politici de kwestie met voldoende daadkracht


heeft aangepakt. Ze wilden oorlog voeren zonder het te zeggen, een


'humane' oorlog op zijn Amerikaans, en u ziet hoe dat is afgelopen. Ze hebben zich laten afslachten door de islamisten. Nee, ik heb het hier over iets anders. De Nobelprijs voor de Vrede winnen interesseert me niet. Wat mij interesseert is de separatisten verslaan en daarmee een einde maken aan de dreiging die ze vormen voor de integriteit van de Russische Federatie."


"Ik heb het niet over geopolitieke argumenten, Vladimir


Vladimirovitsj, want daar heb ik geen verstand van. Wat ik u wel kan


zeggen is dat dat politiek gezien zelfmoord is."


"Wel, daar hebt u het mis, Vadim Aleksejevitsj! U hebt u door het


Westen laten wijsmaken dat een verkiezingscampagne bestaat uit twee ploegen economen die ruzie maken over een slide in een


powerpointpresentatie. Dat is niet het geval: in Rusland is macht iets


anders."


Die dag begreep ik niet precies waar Poetin op zinspeelde. Maar toen ik die middag het restaurant verliet, wist ik één ding zeker: Berezovski had een heel ernstige fout begaan. De man met wie ik net had gegeten zou zich nooit, door wie ook, laten leiden. Je kon deze man hooguit vergezellen - en ik was van plan dat te proberen - maar hem stúren zou nooit lukken. Boris deed er verstandig aan dat zo snel mogelijk te beseffen.'


 


67. Die avond konden de Russen op het nieuws hun soldaten zien met vochtige ogen, vastberaden en trots zoals dat al in jaren niet meer was gebeurd. Omdat ze opnieuw een leider aan hun hoofd hadden staan. Dat was het moment waarop ik begon te vermoeden dat Poetin behoorde tot wat Stanislavski het "ras der grote toneelspelers" noemde. 


Weet u, er zijn drie soorten vertolkers. De eerste beschikt over het instinctieve talent om zijn publiek mee te slepen als hij in vorm is, maar niet wanneer hij een slechte dag heeft, want dan wordt


hij te nadrukkelijk en vervelend. Dat is het type acteur dat in zijn


eentje een hele productie om zeep kan helpen. Dan heb je de


methodische acteur, degene die studeert, die ademhalingsoefeningen doet, nachtenlang zijn gebaren en stembuigingen repeteert. Die acteur is het tegenovergestelde; bij hem zul je geen grote emoties ervaren maar tegenvallen doet hij nooit. Hij doet altijd wat hij moet doen en je kunt onder alle omstandigheden rekenen op zijn onveranderlijke clichés. 


Poetin is de een noch de ander. Zoals alle grote politici behoort hij tot het derde type: de acteur die zichzelf regisseert, die niet hoéft te spelen, omdat hij zo opgaat in zijn rol dat de plot van het toneelstuk zijn eigen verhaal is geworden, iets wat door zijn aders stroomt. Wanneer een regisseur met zo'n fenomeen kan werken, hoeft


hij bijna niets te doen. Het volstaat om die acteur bij te staan en om te voorkomen dat het leven van deze ster bemoeilijkt wordt. Misschien van tijd tot tijd een duwtje geven, heel licht. En zo is die


verkiezingscampagne ook verlopen. Theoretisch gesproken had ik er


de regisseur van moeten zijn, de "strateeg", zoals Boris zei - die dacht dat híj die strateeg was. Maar daar was geen sprake van. Poetin had alle touwtjes in handen. En hij alleen.'


 


86. "Stalin. Vadertje Stalin is vandaag populairder dan ik. Als we bij


verkiezingen tegenover elkaar stonden zou hij de vloer met me


aanvegen!"


Het gezicht van de tsaar nam de consistentie van ijs en steen aan die ik had leren herkennen. Ik wachtte me voor ook maar de geringste opmerking.


"Jullie intellectuelen zijn ervan overtuigd dat dat komt doordat de


mensen alles zijn vergeten. Volgens jullie herinneren ze zich de


zuiveringen en de bloedbaden niet. Daarom blijven jullie het ene na


het andere artikel en het ene na het andere boek schrijven over 1937, over de goelags, over de slachtoffers van het stalinisme. Jullie denken dat Stalin populair is ondanks de slachtpartijen. Wel, jullie zitten ernaast, hij is populair dankzij al die moorden. Omdat hij tenminste raad wist met dieven en bedriegers."


De tsaar zweeg even.


"Weet je wat Stalin doet wanneer er opeens allerlei ongelukken met


Sovjettreinen gebeuren?"


"Nee."


"Hij pakt Von Meck op, directeur van de spoorwegen, en laat hem


fusilleren voor sabotage. Dat lost het probleem van de spoorwegen


niet op en kan dat probleem zelfs nog vergroten. Maar hij geeft wel de woede onder de bevolking een uitlaatklep. Hetzelfde gebeurt wanneer het systeem het laat afweten: wanneer er vleestekorten dreigen laat Stalin de volkscommissaris voor Landbouw oppakken en laat hij deze Tsjernov voor de rechtbank komen. En wonder boven wonder: de man bekent dat hij duizenden koeien en varkens heeft laten slachten om hetregime te destabiliseren en een opstand aan te wakkeren. Vervolgens treedt er een eieren- en boterschaarste op. Ditmaal arresteert hij IsaakZelenski, voorzitter van de Centrale Vakbond voor Consumentencoöperaties, en die geeft kort daarna toe dat hij spijkers en glasscherven in de boterreserves heeft gekieperd en vijftig vrachtwagenladingen eieren heeft vernietigd. Een golf van verontwaardiging vermengd met een zekere opluchting ging door het land: aha, nu komt de aap uit de mouw! Sabotage is als verklaring veel overtuigender dan inefficiëntie, Vadja. Wanneer de schuldige wordt ontdekt, kan hij worden gestraft. Gerechtigheid is geschied, iemand heeft geboet en de orde is hersteld. Daar draait het allemaal om."


De tsaar laste weer een pauze in, een kort zwijgen dat ik onder


andere omstandigheden gerust "theatraal" zou hebben genoemd. Toen vervolgde hij op neutrale toon: "Ik heb bevel gegeven morgen bij zonsopkomst je vriend Chodorkovski te arresteren. We sturen ook tv-camera's mee; iedereen moet zien dat niemand boven de sacrosancte woede van het Russische volk staat."


 


89. Toen ik in de verslagen van Stalins processen in de jaren dertig dook, kreeg ik door dat het toen eigenlijk al om megaproducties in


Hollywood-stijl ging: de Sovjetroute richting showbusiness. De aanklager en de rechters werkten maandenlang aan het script dat de


verdachten moesten spelen, aangemoedigd door verschillende


pressiemiddelen die de producenten van de film op hen loslieten. Er


was de beklaagde die zijn gezin moest beschermen, iemand die een


geheim moest verbergen, iemand die gewoon gevoelig was voor


bedreigingen en fysieke pijn. Uiteindelijk besloot iedereen zijn rol te


spelen en kon de show beginnen. Geen enkel detail ontsnapte aan de aandacht van de producers; de mix van werkelijkheid en fictie moest perfect zijn. Het publiek, de mensen die bij de rechtszaken aanwezig mochten zijn maar vooral de miljoenen thuisblijvers die op de hoogte werden gehouden door de radio en door de Pravda, moesten dezelfde emoties ervaren als wanneer ze naar een film van Metro Goldwyn Mayer zouden kijken.


Angst, beklemming, afgrijzen tegenover het Kwade. En dan de diepe


gemoedsrust die voortvloeit uit de oplossing van een conflict en de


overwinning van het Goede. Het scheppend vermogen van een macht die bereid is met noodzakelijke krachtdadigheid op te treden kent geen grenzen, vooropgesteld dat hij de basisregels in acht neemt die voor elke degelijke verhaallijn gelden. De grens wordt niet gevormd door respect voor de waarheid, maar door respect voor fictie. En woede blijft de primaire drijvende kracht waarmee rekening gehouden moet worden. Jullie weldenkende westerlingen geloven dat woede kan worden ondervangen. Dat economische groei, technologische vooruitgang en - weet ik het - aan huis bezorgde maaltijden en massatoerisme de toorn bij de bevolking zullen doen verdwijnen, de ingehouden en sacrosancte volkswoede die haar wortels heeft in de oorsprong van het mensdom zelf. Dat is niet zo: er zullen altijd ontgoochelden, gefrustreerden, losers zijn, in welk tijdperk en onder welk regime ook. 


Stalin had begrepen dat woede een structureel gegeven is. Per tijdvak kan die afnemen of groeien, maar verdwijnen


doet ze nooit. Het is een van de onderstromingen die de maatschappij voortstuwen. Het gaat er dus niet om woede te bestrijden, maar alleen om die woede te beheersen. Om te voorkomen dat ze buiten haar bedding treedt en alles vernietigt wat er op haar weg komt, is het zaak om voortdurend te zorgen voor afwateringskanalen, voor situaties waarin de boosheid de vrije loop kan hebben zonder het systeem in gevaar te brengen. Dissidente meningen onderdrukken is lomp en primitief. De stroom van de woede kanaliseren en voorkomen dat die zich ophoopt is ingewikkelder maar veel doeltreffender. Jarenlang bestond mijn werk welbeschouwd nergens anders uit.'


 


156. Niemand heeft mijn plaats ingenomen. De labrador is de enige


adviseur waarop Poetin volledig vertrouwt. Die hond laat hem rennen


in het park, gaat met hem mee naar kantoor. Voor het overige is de


tsaar volledig alleen. Van tijd tot tijd verschijnt er een bewaker of


meldt zich een dienaar of een hoveling die om de een of andere reden wordt ontboden. Dat is alles. Hij heeft geen vrouw en ook geen kinderen aan zijn zijde. En wat vrienden betreft weet hij dat het idee vrienden te hebben op zich al ondenkbaar is in het stadium waarin hijnu verkeert. De tsaar leeft in een wereld waarin de beste vrienden veranderen in hovelingen of in meedogenloze vijanden - meestal in beide.


Jullie machthebbers in het Westen lijken wel kinderen. Ze kunnen


geen moment alleen zijn; willen voortdurend de zekerheid dat iemand naar hen kijkt. Je zou haast denken dat ze zouden oplossen als een zuchtje lauwe lucht als ze één dag zonder gezelschap in een kamer moeten doorbrengen. Onze tsaar daarentegen leeft in eenzaamheid en laaft zich daaraan. De kracht die zoveel waarnemers bij jullie verrast vergaart hij in stille overpeinzing. Mettertijd is hij haast een element geworden, zoals de lucht of de wind. Jullie zijn vergeten wat het wil zeggen om te leven als een volwassene die in de realiteit is geplant.


Jullie denken dat een leider een soort entertainer is en jullie willen


leiders die op jullie lijken, die op jullie niveau zitten. Afstand houdt


gezag in stand. Net als God kan de tsaar het object van enthousiasme zijn zonder zelf enthousiast te zijn, want zijn aard is


noodzakelijkerwijze anders. Zijn gezicht heeft de marmerachtige


bleekheid van de onsterfelijkheid al aangenomen.Op dat niveau zijn we een stuk verder dan het streven naar een mooie begrafenis waarover ik het had. Het ideaal van de tsaar zou eerder een


begraafplaats zijn waar hij zichzelf uithouwt, verticaal, als enige


overlevende van al zijn vijanden en zelfs van zijn vrienden, zijn


ouders en zijn kinderen. Misschien zelfs van Konni. Van alle levende


wezens. "Caligula wil dat de hoofden van alle mensen op één enkele


nek staan opdat hij de hele wereld met één enkele houw kan


vernietigen." Macht in zijn zuiverste vorm. Dat is wat de tsaar is


geworden. Of misschien was hij dat al van begin af aan. De enige


troon die hem vrede zal brengen is de dood.'


 


161. De heerschappij van die figuur zal geen lang leven beschoren zijn. Onze Brodsky zei het al: de dictator is niet meer dan een oude versie van de computer. In een door robots bestuurde wereld is het slechts een kwestie van tijd voordat de top zelf wordt vervangen door een robot.


Lang hebben we gedacht dat machines het instrument van de mens


waren, maar vandaag is het wel duidelijk dat de mensen het instrument waren van de opmars van de machine. De overgang zal geleidelijk verlopen: machines zullen de mens hun heerschappij niet opleggen, maar zullen de mens binnendringen vanuit een innerlijke impuls, een innerlijk streven. Nu al is de perfectie van de machine het ideaal van miljarden mensen die er alles aan doen om almaar meer te versmelten met de stroom van de technologie.


De geschiedenis van de mensheid houdt met ons op. Met u, met mij


en misschien met onze kinderen. Daarna zal er nog wel iets zijn, maar dat is nog bezwaarlijk het mensdom te noemen. De wezens die na ons komen - als er al van wezens sprake is - hebben andere opvattingen en andere zorgen dan de opvattingen en zorgen die de mensen tot op heden hebben beziggehouden.


Wij zullen het intermezzo blijken te zijn geweest dat Gods afdaling


naar de aarde mogelijk heeft gemaakt. Alleen zal God zich niet


manifesteren in de onwaarschijnlijke vorm van een buiten het lichaam getreden entiteit, maar slechts als een reusachtig kunstmatig organisme dat is geschapen door de mens maar vanaf een bepaald moment in staat is boven de mens uit te stijgen om de profetie van een tijd zonder zonde en zonder smart te doen uitkomen.


 


163. 'Ik geloot niet dat ik vóór Anja ooit angst heb gekend. Sinds ik haar voor het eerst zag sta ik doodangsten uit. Ze legde een vinger op mijn lippen en keek me aan met een blik die ik op geen enkele ander gezicht ooit heb gezien. Toen begreep ik dat mijn leven in haar handen lag en niet andersom,' voegde de Rus er fluisterend aan toe alsof hij nogmaals mijn gedachten had gelezen.


Vanaf haar tapijt glimlachte het kind hem toe. Ze wachtte op het


moment dat haar leven zou beginnen. En in de tussentijd vond ze het prima om bij deze grote en rustige man te zijn die kennelijk niets


anders verlangde dan de kans haar nog een tijdje te vergezellen.


'Ik heb haar maar heel weinig bij te brengen. Het is eerder zij die me


heeft geleerd het moment in de ogen te kijken. Mijn dochter telt de


uren of de dagen niet. Ze heeft me het heden geschonken dat ik niet


kende omdat ik altijd in de toekomst woonde. Maar op een dag zullen we uiteen moeten gaan. Mijn enige plicht bestaat erin haar naar de drempel te leiden en haar daar in haar eentje overheen te laten stappen terwijl ik me met een klein handgebaar terugtrek. Ze is nog maar een kind en nu al kan ik niet verhinderen dat ik elke dag aan dat afscheid denk. Ik hoop slechts dat ik er de kracht voor heb. Dat het me lukt te glimlachen. Niet alles te bederven met een misplaatste gelaatsuitdrukking. 


Ik wil dat ze me zich herinnert als een lachende aanwezigheid.

Giuliano da Empoli, De Kremlinfluisteraar