Giuliano da Empoli, De Kremlinfluisteraar
Atlas Contact 2022
8. Op het eerste gezicht was Jevgeni Zamjatin een schrijver uit het begin van de twintigste eeuw, geboren in een dorp van zigeuners en paardendieven, die was gearresteerd en verbannen door het tsaristische bewind voor zijn deelname aan de revolutie van 1905. Niet alleen gold hij als een gewaardeerd auteur, hij was ook
scheepsbouwkundig ingenieur geweest in Engeland, waar hij ijsbrekers had gebouwd.
Na in 1918 te zijn teruggekeerd naar Rusland om deel te nemen aan de bolsjewistische revolutie had Zamjatin gauw door dat het
arbeidersparadijs helemaal niet op de agenda stond. Dat inzicht zette hem ertoe aan een roman te schrijven: Wij. En toen deed zich een van die ongelooflijke verschijnselen voor die je doen beseffen wat natuurkundigen bedoelen als ze het hebben over de hypothese van het gelijktijdig bestaan van parallelle universa.
In 1922 was Zamjatin niet langer een eenvoudige schrijver maar een
tijdmachine geworden. Hij meende dat hij een verwoestende kritiek op het Sovjetsysteem in wording aan het schrijven was. De censoren
hadden het zelf ook zo gelezen en daarom verschijning verboden.
Maar in werkelijkheid richtte Zamjatin zich niet tot hen. Zonder het te
beseffen had hij precies een eeuw overgeslagen en zich direct tot onze tijd gericht. Wij schetst een samenleving waarin de logica heerst, waarin alles in cijfers is vertaald en waarin het leven van elk individu tot in de geringste details is geregeld om maximale doeltreffendheid te garanderen.
Een onverbiddelijke maar comfortabele dictatuur waarin
iedereen met één druk op de knop drie sonates in een uur tijd kan
produceren en waarin de betrekkingen tussen de seksen werden
geregeld door een automatisch mechanisme dat de best matchende
partners selecteerde en vervolgens de mogelijkheid bood met elk van die partners te paren. Alles was doorzichtig in de wereld van Zamjatin, tot en met een als kunstwerk versierd membraan dat op straat registreerde waar voetgangers het over hadden. Het spreekt voor zich dat op een dergelijke plek ook de stembusgang publiek moest zijn:
'Men zegt dat de ouden in zekere zin in het geheim stemden, in het geniep, als dieven...' stelt het hoofdpersonage D-503 op zeker moment. 'Waar al die geheimdoenerij voor nodig was heeft men nooit met zekerheid kunnen vaststellen. Wijzelf hebben niets te verbergen en schamen ons nergens voor: verkiezingen vieren wij in alle openheid, in alle eerlijkheid, voor iedereen zichtbaar. Ik zie iedereen stemmen voor de Weldoener; iedereen ziet mij stemmen voor de Weldoener.'


