Giuliano da Empoli, Het uur van de wolven
uitg. Atlas Contact 2025
23. Van een van Starmers voorgangers, Tony Blair, is onlangs een
boek verschenen waarin hij betoogt dat politieke leiders
meestal drie stadia doorlopen. In het begin, wanneer ze aan
de macht komen, luisteren ze aandachtig; ze weten dat ze veel
niet weten, proberen te begrijpen hoe ze hun rol moeten
invullen. Na een tijdje overtuigen ze zichzelf ervan voldoende
ervaring te hebben opgebouwd, genoeg weten om zich in te
beelden dat ze alles doorhebben. Dat is de gevaarlijkste fase,
die van de hubris: 'Dan heb je geen zin meer om naar anderen
te luisteren,' schrijft Blair.® Jij bent de baas en wie weet er nu
meer van dan jij?' Maar weinigen bereiken het derde stadium,
dat van de maturiteit, waarin je tot het inzicht komt dat jouw
ervaring niet het totaal generaal van politieke kennis is, en
dan begin je weer naar anderen te luisteren. De meeste lei-
ders, aldus Blair, raken daar nooit.
Het probleem is dat je in een bestaan als dit de kans niet hebt
om ervaringen degelijk en nuttig te verwerken. De continue
opeenvolging van externe impulsen maakt dat de hersenen
nauwelijks tijd hebben om te reageren. Pas als het avontuur is
afgelopen heeft de politicus de mogelijkheid op zijn schreden
terug te keren om er lering uit te trekken. Als hij daar aanleg
voor heeft tenminste, want dat zie je steeds minder. En als hij
ondertussen niet is ontploft zoals de meeste vissen uit de
diepzee wanneer ze aan het wateroppervlak komen.
44.Daarom spreekt Bukele vandaag de Algemene Vergadering
van de VN toe: 'Sommigen zeggen dat wij duizenden personen
gevangen hebben gezet, maar de waarheid is dat we miljoe-
nen mensen hebben bevrijd omdat het vandaag de goeden
zijn die niet meer in angst hoeven te leven.' Bij die zin zie ik de
speechwriter van het Élysée, Baptiste Rossi, rechter gaan zit-
ten op zijn stoel. Niet iedereen is met andere dingen bezig in
de grote zaal van de vN; het wereldwijde gilde van tekstschrij-
vers is altijd alert op een formulering die een schot in de roos
is en hoe groot de afstand in politieke termen ook mag zijn, de
bedenker mag rekenen op een lovend woord. Vanuit dat zui-
ver technische standpunt bezien is Bukele een van de beste
redenaars die er op dit moment rondlopen.
49. Wat er is veranderd ten opzichte van acht jaar geleden is dat
de sokkel waarop de oude orde rustte is ingestort. Hadden de
Brexiteers, Trump en Bolsonaro halverwege de jaren tien nog
veel weg van een groep outsiders die de gevestigde orde uit-
daagde en zich bediende van een strategie die uit is op het
creëren van chaos, precies zoals rebellen in oorlogstijd doen
tegenover een overmacht van tegenstanders, vandaag is die
situatie zo gekenterd dat chaos niet meer het wapen van
rebellen is maar het handelsmerk van heersers.
De eerste helft van de twintigste eeuw heeft politici in het
Westen bijgebracht dat omzichtigheid heilzaam is, maar het
verdwijnen van de laatste generatie die de oorlog bewust
heeft meegemaakt heeft de terugkeer mogelijk gemaakt van
de demiurgen die de werkelijkheid heruitvinden en alles in
het werk stellen om die naar hun wil te kneden.
Ging de oude wereld uit van veiligheidsmechanismen - res-
pect voor de onafhankelijkheid van bepaalde instellingen,
mensenrechten, de rechten van minderheden, aandacht voor
internationale consequenties - al die zaken hebben in het uur
van de wolven niet de geringste waarde meer.
In die nieuwe wereld worden alle bestaande processen tot
het uiterste doorgedreven. Geen enkel proces zal op welke
wijze ook worden ingetoomd of bewaakt - Pedal to the metal, is
het devies. De enige optie is het plankgas van de 'acceleratio-
nisten', de machtsversnellers.
De kans die tot gisteren bestond om een spelregelsysteem in
te voeren is verkeken. Überhaupt het idee dat je de logica van
geweld en dwang, van financiële overmacht en cryptomunten,
het op hol slaan van Al en verwante technologieën, of het ver-
vallen van de internationale orde tot een woest oerwoud, nog
zou kunnen intomen of begrenzen valt inmiddels buiten het
domein van het voorstelbare.
51. Overal ter wereld beginnen hoger begaafden steevast op
dezelfde manier: nogal opgeblazen en ervan overtuigd dat het
zwaarste werk wel achter de rug is aangezien ze zich met hun
capaciteiten een plaats hebben verworven in heel competi-
tieve werelden - bedrijfsleven, internationale organisaties, het
culturele domein, de wetenschap. Wat stelt de politiek in ver-
gelijking daarmee nu helemaal voor? Een allegaartje van per-
sonages op zoek naar een auteur, mensen zonder vak, zonder
kennis van zaken, ternauwernood in staat twee woorden zon-
der spelfouten op papier te krijgen.
Geen enkel weldenkend mens zou zich afgeven met die lou-
che onderwereld, maar zij, de hoger begaafden, hebben beslo-
ten dat het tijd was het peil op te krikken: want zeg nu zelf, als
de goede krachten zich buiten de arena houden, dan wordt
het er allemaal nooit beter op, waar of niet?
Dus beginnen ze het terrein te verkennen, interviews te
geven, hun ideeën te bundelen in een boek, zetten ze een stu-
diegroep of denktank op, of ze gaan direct in op de uitnodi-
ging van een partij om zich kandidaat te stellen voor de
volgende verkiezingen. En dan komen ze op zeker moment tot
een gruwelijke ontdekking.
Dat het allemaal een stuk moeilijker is dan ze dachten. Niet
omdat het veld wordt bevolkt door god weet wat voor genie-
ën, maar omdat er geen speelveld is! En spelregels al even-
min, zelfs geen solide oriëntatiepunten. Maar een spel is er
wel. En er zijn maar heel weinig mensen die mogen meedoen.
Toen de grote Bismarck werd gevraagd naar zijn koers na
het Congres van Berlijn, antwoordde hij met een iele, hoge
stem - die hem vandaag bij voorbaat elke vorm van politiek
succes zou ontzeggen - dat zijn vak erin bestond te jongleren
met vijf ballen waarvan er twee voortdurend in de lucht
moesten blijven. Als de Pruisische ijzeren kanselier de politiek
al beschouwde als een discipline in het circus, dan geef ik u te
raden hoe de politiek eruitziet in een minder gestructureerde
context.
(…)
Borgianen zijn organismen die zich bijzonder goed aanpassen
aan woelige tijden, waarin een politiek systeem wordt gecon-
fronteerd met zijn eindigheid en waarin alleen snelheid en
kracht antwoorden bieden op zowel onzekerheid als gevaar.
Het uur van de wolven is welbeschouwd niets anders dan een
terugkeer naar de normaliteit. De anomalie was eerder die
korte periode waarin we dachten dat een stelsel van regels het
bloedige streven naar macht kon intomen.
Hoe choquerend het voor ons ook mag zijn, het optreden
van borgianen is niets anders dan een bijgewerkte versie van
wat er wordt gezegd in geschiedenisboeken, in de levensbe-
schrijvingen van Plutarchus en in de verhandelingen van Sue-
tonius, in de kronieken uit de Renaissance en in de memoires
van het ancien régime.
De borgianen van vandaag lezen geen klassieken, maar ze
herkennen elkaar meteen. Toen MbS zijn feest gaf in het Ritz-
Carlton, schreef Trump, toen president van de Verenigde Sta-
ten, op Twitter: Ik heb het grootste vertrouwen in koning Sal-
man en de kroonprins van Saoedi-Arabië, ze weten precies
wat ze doen. Sommigen van de lieden die ze vandaag stevig
aanpakken exploiteren hun land al jaren!'
Nu het uur van de wolven heeft geslagen zijn het niet meer de
leiders van de oude periferie die op onze bestuurders probe-
ren te lijken, maar beginnen westerse leiders eerder 'uitheem-
se' trekken te vertonen. Dat de president de Verenigde Staten
leidt met een kliekje familieleden en compagnons onthutst
Europese politici misschien, maar dat is totaal niet het geval
bij autocraten, die het doodgewoon vinden om zich tot een
familielid of een zakenpartner van de president te richten met
het oog op een voorkeursbehandeling. De ironie van het lot
wil dat dezelfde logica nu postvat in de westerse ambassades:
het openen van een diplomatiek kanaal met een verre neef of
golfpartner van Trump begint het gewicht van een staatsaan-
gelegenheid te krijgen.
58. Ook Obama was jurist. Maar net als Bill Clinton vóór hem
heeft hij dankzij zijn charisma en politieke intelligentie de
klippen van het legalisme lang kunnen omzeilen. Na zijn ver-
trek bleef alleen de juristenpartij over. Omdat de Democraten
ervan hebben afgezien het kapitalisme te hervormen of bij te
sturen om economische ongelijkheid te bestrijden, zochten ze
het in een bescheidener doelstelling: opkomen voor minder-
heden. Dat is op zich prijzenswaardig, maar gaat voorbij aan
de dynamische processen die de Amerikaanse samenleving
als geheel sinds begin jaren tachtig gestalte hebben gegeven.
Om het gebrek aan moed zich sterk te maken voor de groot-
ste uitdagingen te compenseren, hebben de advocaten zich
vervolgens gestort in een steeds extremere strijd om rechten
die heeft geleid tot behoorlijk radicalere standpunten dan het
merendeel van de eigen kiezers lief was. In de loop van haar
presidentiële campagne van 2020 heeft Kamala Harris nog
overwogen de grenspolitie af te schaffen en bepleitte ze over-
heidssteun voor geslachtsverandering bij gevangenen en ille-
gale immigranten.
Niet alleen hebben die argumenten geen effect gesorteerd bij
de kiezers, maar ze zijn de kandidate vier jaar lang blijven ach-
tervolgen. Een van de meest beklijvende reclamespotjes van
Trumps herverkiezingscampagne in 2024 speelde in op non-
binaire voornaamwoorden: 'Kamala is for they/them, President
Trump is for you'.
60. De kijker koopt Coca-Cola omdat hij dorst heeft.
Er is maar één ding dat u moet doen.En weet u wat dat is?
De temperatuur in de filmzaal laten oplopen. Dat is wat we doen.
We laten de temperatuur oplopen. Zodat de mensen dorst krijgen.
Simpel toch?'
Cambridge Analytica heeft alle schandalen na het Brexit-refe-
rendum niet overleefd, maar de internetplatforms waarop een
deel van ons openbare leven zich afspeelt volgen precies het-
zelfde principe: de temperatuur doen oplopen om het publiek
voor een zaak te winnen. Nu is het mobiliseren van vooroor-
delen altijd al de zenuw geweest van politieke strijd, maar de
sociale media hebben het mogelijk gemaakt die mobilisatie
een industriële dimensie te geven. Het principe blijft overal
hetzelfde. Drie eenvoudige operaties: gevoelige thema's aan-
kaarten, onderwerpen dus die de publieke opinie verdelen; op
al die fronten de meest extreme standpunten pushen en flink
laten botsen; die confrontatie voor het brede publiek flink uit-
meten om de sfeer steeds heter te stoken.
De platforms presenteren zich als een etalage waarin de men-
sen de wereld kunnen zien zoals die is, ontdaan van de voor-
oordelen van de elites die de traditionele media in handen
hebben, maar het zijn slechts lachspiegels op de kermis die de
werkelijkheid zo vervormen dat ze onherkenbaar wordt, om
die realiteit aan te passen aan de verwachtingen en vooroor-
delen van ieder van ons.
De ingenieurs van Silicon Valley hebben het programmeren
van computers allang gestaakt om zichzelf om te vormen tot
programmeurs van menselijk gedrag. Zodra we besloten com-
puters tot de wereldomspannende interface te maken waar-
aan we onze relatie met de werkelijkheid toevertrouwen,
hebben we ons aan hen overgegeven en aan iedereen, spin-
doctors of influencers, die belang heeft bij de opwarming van
het sociale klimaat.
67. Het is geen theoretische kennis die Malaparte van die bewe-
gingen heeft; hij heeft ze live bezig gezien. Op heel jonge leef-
tijd was hij als chef van de Italiaanse persdienst betrokken bij
de vredesbesprekingen in Versailles. Daarna was hij werk-
zaam als attaché op de Italiaanse ambassade in Polen, waar
hij getuige was van de confrontatie tussen de troepen van
maarschalk Pilsudski en het bolsjewistische leger. Terug in
Italië heeft hij deelgenomen aan de Mars op Rome en de
machtsovername van Mussolini. Als journalist is hij naar de
Sovjet-Unie gereisd, waarover hij eind jaren twintig verslag
doet. Die reportages behoren tot de meest verhelderende over
de interne strijd die woedde binnen het nieuwe Sovjetregime.
De denkbeelden die hij uit die ervaringen destilleert en ver-
vat in Techniek van de staatsgreep23 zijn zelf ook revolutionair:
er is iets veranderd, signaleert Malaparte, in de manier
waarop men zich meester maakt van de macht, al hebben de
meeste mensen, met inbegrip van de kopstukken in het libe-
rale en democratische kamp, dat niet in de gaten. De revolutie
is niet zozeer een politiek feit, maar vooral een technische
aangelegenheid geworden en duizend goedgeorganiseerde
mannen maken veel meer kans om zich meester te maken van
de staat dan een menigte gewapende revolutionairen.
Om zijn argument te illustreren voert Malaparte de Oktober-
revolutie op. De manhaftige Kerenski, die na de troonsafstand
van de tsaar de macht had gegrepen in Rusland, was allesbe-
halve zwak of onbekwaam, zegt de auteur. Hij had blijk gege-
ven van vastberadenheid en moed toen hij eerst de opstand
van fabrieksarbeiders en deserteurs had neergeslagen, en ver-
volgens die van de reactionairen onder leiding van Kornilov.
In de herfst van 1917 had hij alle mogelijke voorzorgen geno-
men tegen een eventuele opstand van de bolsjewieken.
Dezelfde maatregelen die iedere liberale regeringsleider zou
hebben genomen, voegt Malaparte er meesmuilend aan toe.
Waarna hij die leiders een voor een opsomt: Poincaré, Lloyd
George, Mac Donald, Giolitti, Stresemann. Omdat Kerenski
zich bewust is van het risico van een overrompeling, maakt hij
Dezelfde maatregelen die iedere liberale regeringsleider zou
hebben genomen, voegt Malaparte er meesmuilend aan toe.
Waarna hij die leiders een voor een opsomt: Poincaré, Lloyd
George, Mac Donald, Giolitti, Stresemann. Omdat Kerenski
zich bewust is van het risico van een overrompeling, maakt hij
zich sterk voor de verdediging van de bureaucratische en poli-
tieke organisatie van de staat: het Winterpaleis, de ministe-
ries, het parlement, de generale staf. ledere staatsman met
gezond verstand zou dat doen.
Behalve dan dat Kerenski een man tegenover zich heeft die
snapt dat de spelregels niet meer hetzelfde zijn. De revolutio-
nairen moeten het bestaan van de regering-Kerenski negeren,
zegt Trotski. De sleutel tot de macht is niet de bureaucratische
en politieke organisatie, niet het Taurische Paleis van de Doe-
ma, niet het Mariepaleis, niet het Winterpaleis, maar de tech-
nische organisatie: de elektriciteitscentrales, de spoorwegen,
het telefoon- en telegraafverkeer, de haven, gasreservoirs, het
waterleidingnet.
'Om de moderne staat in handen te krijgen,' aldus Trotski (of
de Trotski van Malaparte tenminste), 'heb je een stormtroep
en technici nodig: groepen gewapende mannen onder bevel
van ingenieurs.'
Zijn partijkameraden zijn daar niet zo zeker van. In hun
gedachten heeft de opstand van de massa's altijd centraal
gestaan, de proletarische revolutie; niet een chirurgische ope-
ratie uitgevoerd door een handjevol specialisten.
Maar Trotski laat zich niet ontmoedigen en zet zijn plan door.
In de enorme verwarring die dan heerst in Sint-Petersburg
heeft niemand de groepjes fabrieksarbeiders en ontwapende
matrozen in de gaten die telefoon- en telegraafcentrales en
postkantoren binnensluipen, en ook technici kunnen onge-
stoord het tracé van gas- en waterleidingen, stroomkabels,
telefoon- en telegraaflijnen ter plaatse bestuderen. Als ze
elkaar in de kantoren op de gang tegenkomen of op de trap-
pen in de centrales, doen de handlangers van Trotski alsof ze
elkaar niet kennen.
Op 21 oktober houden de ploegen die de opdracht hebben de
spoorwegstations te veroveren een generale repetitie die op
rolletjes loopt. Niemand heeft iets in de gaten. Nog diezelfde
dag, vertelt Malaparte, gaan drie matrozen naar de elektrici-
teitscentrale in de buurt van de havenmonding. De directeur
ontvangt hen met open armen. 'Eindelijk!' zegt hij. 'Al wéken
vraag ik het opperbevel om beveiliging.' De drie bolsjewieken
installeren zich in de centrale om die te verdedigen tegen de
rode gardisten, zeggen ze, zou het tot een opstand komen. Op
dezelfde manier belegeren andere matrozen de resterende
Petersburgse centrales.
Op 24 oktober zet Trotski de aanval in. Alles voltrekt zich in
een paar uur tijd. Technici van het Rode Leger maken zich
meester van de vitale knooppunten van de staat, zonder zich
te bekommeren om de politieke organen: parlement, ministe-
ries, regeringszetel zijn ongemoeid gebleven. Nog nooit heeft
men, zegt Malaparte, een opstand de overwinning horen opei-
sen zonder dat er een vinger werd uitgestoken naar de rege-
ring. Lenin zelf is nog niet overtuigd. De volgende dag begeeft
die zich naar het Smolnypaleis voor het Tweede Sovjetcon-
gres, verkleed als fabrieksarbeider, zonder baard en met pruik.
Als Trotski hem in de gaten krijgt, zegt hij plagend: Waarom
blijft u zich vermommen? Winnaars verbergen zich niet!'
71. Sinds het uur van de wolven heeft geslagen is dat evenwicht
ontploft. De nieuwe technologische elites, de Musken en Zuc-
kerbergs, hebben niets te maken met de technocraten van
Davos. Hun levensfilosofie is niet gebaseerd op het bekwaam
besturen van wat bestaat, maar op de gulzige honger er één
grote rotzooi van te maken. Over orde, behoedzaamheid, res-
pect voor regels wordt de banvloek uitgesproken door dege-
nen die zich erin hebben bekwaamd om snel te bewegen en
dingen stuk te maken, zoals het oude devies van Facebook
luidt.
De techmeesters hebben heel wat meer gemeen met de bor-
gianen. Net als zij belichamen ze bijna altijd excentrieke per-
sonages die codes hebben moeten doorbreken om een plek
voor zichzelf te verwerven. Net als zij moeten ze niets hebben
van experts en elites, van al die mensen die de oude wereld
vertegenwoordigen en die hen zouden kunnen beletten hun
dromen na te jagen. Net als zij zijn ze gebrand op actie en zijn
ze ervan overtuigd de werkelijkheid naar hun hand te kunnen
zetten; viraliteit gaat voor waarheid en snelheid staat ten
dienste van de sterkste. Net als zij kunnen ze alleen maar min-
achting hebben voor politici en bureaucraten: ze zien hun
onvermogen en hypocrisie, ze voelen dat de dagen van het
establishment zijn geteld. Dankzij internet en de sociale
media zijn het onvermogen en de hypocrisie van de oude eli-
tes trouwens voor iedereen zichtbaar.
In feite zijn de techmeesters ook borgianen, en die convergen-
tie reikt veel verder dan de rol, hoe belangrijk ook, die deze of
gene tycoon kan spelen.
De herverkiezing van Trump vertegenwoordigt ook in dat
opzicht een kantelpunt, want voor het eerst voelen de con-
quistadores van de tech zich sterk genoeg om de oude elites
de oorlog te verklaren. Tot op heden werden de parallellen
tussen borgianen en technologen weggemoffeld doordat de
laatsten de suprematie van het Davosblok niet openlijk durf-
den uit te dagen. Jarenlang hebben techmagnaten zich diplo-
matiek moeten opstellen, zich eerder als vossen dan als
leeuwen moeten gedragen, ook al brulde in hen het verlangen
om te tonen dat ze superieur zijn aan de opperhoofden van de
oude politieke stammen.
Voor Musk was er Eric Schmidt.
Qua opleiding, karakter en tactische berekening is Eric Sch-
midt de volmaakte tegenpool van Elon Musk. Zo brutaal en
grensoverschrijdend als de laatste is, zo beminnelijk, ingeto-
gen en inschikkelijk is de ander. Als je hem ziet wandelen
door de gangen van het Pentagon of te midden van de patrici-
ërs van het Aspen Institute, een beetje onhandig, in een te
groot pak, altijd glimlachend, een uitdrukking van grenzeloze
verdraagzaamheid gebeiteld op zijn gezicht, zou hij kunnen
doorgaan voor een dorpspastoor, zo iemand die uitgroeit tot
steunpilaar van een gemeenschap zoals vroeger het geval was.
Maar in werkelijkheid hebben we het eerder over een kardi-
naal, een van die lieden die te geslepen zijn en zich te bewust
van hun macht om de sleutels van Petrus zelf te ambiëren.
De vader van Karel vilI wilde beslist niet dat de kroonprins
meer Latijn leerde dan de vijf woorden Qui nescit dissimulare,
nescit regnare - wie niet kan veinzen, kan niet heersen.
Hoewel de vader van Eric Schmidt nooit koning van Frankrijk is
geweest, maar het slechts schopte tot professor internatio-
nale economie, moet hij zijn zoon toch een les in die richting
hebben bijgebracht.
In de eerste jaren van deze eeuw, toen het helemaal fout
dreigde te lopen met Google en de twee geniale sociopaten
die het hadden opgericht beseften dat ze een volwassene aan
boord moesten halen, richtten ze zich tot Eric Schmidt. Sinds-
dien heeft Schmidt de touwtjes van het bedrijf in handen en
heeft hij Google tot de kolos gemaakt die het vandaag is, ter-
wijl Google-oprichters Larry en Sergey alle tijd en ruimte had-
den om zich te storten op posthumane trajecten en projecten
- het enige wat hun belangstelling nog kan wekken. Tijdens
vergaderingen van de raad van bestuur in Mountain View ble-
ven beiden meestal aan het scherm van hun laptop geplakt
totdat Schmidts toon veranderde: 'Larry, Sergey, op dit punt
heb ik echt even jullie aandacht nodig' Dan leken ze een paar
tellen boven water te komen, om vervolgens hun metafysische
queeste te hervatten.
74. De operatie gaat 'Project Narwhal' heten, naar de narwal, die
walvisachtige met zijn lange slagtand die opeens uit de golven
opduikt en zo een schokeffect veroorzaakt bij zijn vijanden.
De Republikeinen hebben niets in de gaten. Maandenlang, zes
dagen per week, veertien uur per dag, werken tientallen inge-
nieurs die zijn uitgeleend door Google, maar ook door Twitter,
Facebook en een rijtje andere bedrijven in Silicon Valley, aan
de totstandkoming van het krachtige onderwatermonster.
Dankzij deze database begint Obama het jaar van zijn herver-
kiezing met de zekerheid dat hij de naam kent van alle 69 456
897 Amerikanen die hem in 2008 als hun president verkozen.
Die stemmen zijn weliswaar geheim uitgebracht, maar de
data van Narwhal zijn zo gedetailleerd dat het de analisten
lukte al Obama's aanhangers in elk kiesdistrict op te sporen.
Op iedere kiezer plakten ze een waarschijnlijkheidsscore van
O tot 100. Een O betekent dat de kiezer zeker gaat stemmen op
Romney; een score van 100 wil zeggen dat een stem gegaran-
deerd naar Obama zal gaan. Met die wetenschap hoef je
alleen nog alle middelen geconcentreerd in te zetten op de
scores tussen 45 en 55 in de swingstates en de zaak is beke-
ken.
Gedurende de hele campagne spoort Narwhal huis voor huis
'nuttige' kiezers op, door iedereen een boodschap te sturen
die is afgestemd op zijn/haar opvattingen en belangen. Aange-
zien de grote visionaire boodschap van 2008 stuitte op de
muur van de realiteit, besluiten de strategen van Obama het
roer om te gooien. Van instrument om kiezers te mobiliseren,
wordt internet een tool om te segmenteren. Kinderspel voor
Schmidt, die immers het grootste reclamebureau ter wereld
leidt, maar een revolutie voor de politiek in Amerika en ver
daarbuiten. In 2012 ontpopt de verkiezingscampagne van
's werelds eerste democratie zich voor het eerst als een soft-
wareoorlog. En dankzij de techkardinaal blijkt de overmacht
van de Democraten verpletterend.
Na het sluiten van de stembureaus bevindt Schmidt zich in
het hoofdkwartier van de Democratische campagne in Chica-
go. Op wazige foto's zie je hem in jeans en ruitjeshemd te mid-
den van mensen die frietjes eten. Die nacht haalt Obama 51
procent van de stemmen. Dat zijn er drieënhalf miljoen min-
der dan de vorige keer, maar ze zijn zo strategisch verdeeld
dat hij de meerderheid van de kiesmannen op zijn naam
schrijft. Was de zege van 2008 politiek van aard, dan is die van
2012 vooral technisch.
Vanaf dat moment raakt elke hoek van de Democratische
regering doordrongen van de geur van heiligheid die de tech-
kardinaal uitwasemt. Twee weken na de herverkiezing van
Obama staakt de Antitrustcommissie de gerechtelijke stappen
die ze tegen Google had ondernomen. Schmidt, die al lid is
van het team adviseurs voor wetenschap en technologie van
het Witte Huis, wordt aangesteld als voorzitter van de eerste
Defense Innovation Board, die belast is strategieën uit te wer-
ken om 'de technologische en militaire suprematie van de
Verenigde Staten' te garanderen, volgens de kerntaak die hij-
zelf formuleert voor dat nieuwe orgaan, en vervolgens ook
voorman van de eerste commissie voor artificiële intelligen-
tie: de kardinaal heeft een vaste plek verworven in het hart
van het reactorvat en bij alle onderwerpen die de toekomst
betreffen is zijn woord min of meer wet.
De parabel van de kardinaal van Google is slechts het meest
frappante voorbeeld van de talloze gevallen van techmeesters
die jarenlang hand in hand hebben gelopen met de Democra-
ten. Tot en met het einde van de regering-Biden om precies te
zijn.
Die nauwe band heeft ertoe geleid dat de advocatenpartij - o
zo zorgvuldig als het gaat om normen en waarden en rechten
- is vergeten ook maar de geringste regels op te leggen aan de
platforms waarnaar een groot deel van het politieke leven van
de natie is verschoven. Zelfs na de eerste verkiezing van
Trump, toen het inmiddels wel duidelijk was dat de macht van
de platforms het functioneren van de Amerikaanse democra-
tie ingrijpend omgooide, hebben de Democraten nooit seri-
eus ook maar de geringste poging overwogen om een
minimum aan verantwoordelijkheden op te leggen aan dege-
nen die onmiskenbaar de spelregels aan het herschrijven
waren. (…)
In het tijdperk van de digitale kolonisatie hebben gematigde
leiders dezelfde functie vervuld. Sommigen van hen hebben
zelfs de stap gezet om de nieuwe conquistadores hun dien-
sten aan te bieden. Zoals voormalig vicepresident Al Gore, die
na het internetdossier van het Witte Huis te hebben beheerd,
honderden miljoenen binnenhaalde, eerst bij Apple en vervol-
gens bij een participatiemaatschappij in Silicon Valley. Of
Nick Clegg, de voormalige Britse vicepremier, die hoofdlobby-
ist van Mark Zuckerberg werd - om een paar dagen na
Trumps herverkiezing als de eerste de beste butler op straat te
worden gezet.
Want zoals te verwachten viel hebben de techmeesters in de
tussentijd de maskers laten vallen. Niemand ontkent dat ze
destijds eerlijk waren, mensen als Eric Schmidt en Bill Gates,
toen ze zich presenteerden als goede, progressieve democra-
ten. Sommigen van hen beschouwen zich nog altijd zo. Maar
duidelijk is dat, los van individuele voorkeuren, de convergen-
tie tussen de techmagnaten en de borgiaanse wolven structu-
reel is. Beide kastes ontlenen hun macht aan de digitale
opstand en geen van beide is bereid begrenzing van hun
machtshonger te dulden: advocaten zijn hun natuurlijke vijan-
den, het doelwit dat moet worden uitgeschakeld om de
nieuwe wereld de kans te geven te ontluiken.
In het uur van de wolven bieden borgianen overal op de pla-
neet digitale conquistadores de gebieden die zij besturen aan
als proeftuin om er invulling te geven aan hun kijk op de toe-
komst zonder zich te bekommeren om de wetten en rechten
uit een ander tijdperk. MbS bouwt enclaves waar alleen de
wetten van de tech gelden, Bukele heeft de bitcoin ingevoerd
als de officiële munteenheid van zijn land, Milei overweegt
kerncentrales te bouwen om de Al-servers van stroom te voor-
zien. Trump vertrouwt hele onderdelen van zijn regering toe
aan accelerationisten, aan de meest ongeleide projectielen uit
de Valley. Onder hun leiding verandert de wereld in een lap-
pendeken van gebieden die zonder de geringste veiligheids-
mechanismen afstormen op een posthumane toekomst.
De advocaten zijn gezwicht voor de nieuwe meesters, niet
alleen in de Verenigde Staten maar wereldwijd. Ze dachten
dat onderwerping hun hachje zou redden, maar dat was niet
het geval. Hoewel hun laatste uur heeft geslagen hebben de
meesten van hen nog niet door wat hun is overkomen - denk
aan die briljante leider van de Duitse liberalen. Voortdurend
zeggen ze tegen elkaar dat een ruzietje tussen Donald Trump
en Elon Musk de situatie weer helemaal kan omgooien. Mis-
schien moet een filosoof als Joseph de Maistre hun vertellen
wat hij tegen markiezin de Costa zei: 'Het vergt moed om het
toe te geven, Madame: lang hebben we volstrekt niets begre-
pen van de revolutie waar wij getuige van zijn; lang hebben we
die opgevat als een gebeurtenis. Daarin hebben we ons ver-
gist; het is een tijdperk.'
80. Afgezien van een zekere hang naar realpolitik, had Kissinger
met zijn vriend Cossiga een woest gevoel voor humor
gemeen. Als je aan politiek doet - zei hij - heb je maar twee
keuzes: of je bent opzettelijk grappig of je bent dat ongewild.
Dan kun je het maar beter expres doen.
Op iemands vraag hoe je je voorbereidt om een rol te spelen
in de wereld, antwoordde Kissinger met de woorden van
Winston Churchill: 'Verdiep je in de geschiedenis, verdiep je
in de geschiedenis, verdiep je in de geschiedenis?2 Dat is als
hartgrondig vloeken in de kerk in tijden waarin de borgianen
erop rekenen dat ons geheugen zó afstompt dat ze de geschie-
denis kunnen herschrijven om het fanatisme van de antide-
mocratische bewegingen van de eerste helft van de vorige
eeuw nieuw leven te kunnen inblazen, terwijl techmagnaten
er een marketingargument van maken dat ze niets over het
verleden weten.
'Wat geweldig om weer in Peking te zijn! Ik ben mijn bezoek
begonnen met een rondje joggen op het Tienanmenplein,
schrijft Mark Zuckerberg, terwijl hij een foto van zichzelf post
waarop hij in korte broek hardloopt op het plein waar in de
lente van 1989 duizenden studenten zijn afgeslacht door het
Chinese leger. 'Ik heb geleerd het woord "onmogelijk" heel
behoedzaam te gebruiken en ik hoop dat jullie die houding
ook aannemen in jullie leven,' oreert Jeff Bezos, waarbij hij
een nazistische wetenschapper aanhaalt als voorbeeld voor
zijn uitje in de ruimte.
Kissinger was anders allesbehalve een ouwe sok met heimwee
naar het verleden. Integendeel, hij liep over van nieuwsgierig-
heid, brandde van verlangen om de dingen te begrijpen -
waar het zo gruwelijk aan ontbreekt bij het grootste deel van
de huidige machthebbers. Voor wie zich ervan kan bedienen
is geschiedenis in eerste instantie het middel om te begrijpen
wat er echt voor nieuws gaande is.
Tijdens een conferentie in 2015 was hij aanvankelijk van plan
een sessie over artificiële intelligentie over te slaan omdat hij
niets van die materie wist en omdat hij er in de verste verte
niets mee te maken had. Door Germaanse scrupules gedreven
besloot hij die meeting toch bij te wonen. En daar - hey presto
- presenteert Demis Hassabis, oprichter van DeepMind, een
softwareprogramma dat de wereldkampioen go beoogt te ver-
slaan. Kissinger begrijpt echter meteen dat er veel meer op
het spel staat. En dat de uitdaging van Al, in weerwil van wat
hij dacht, hem wel degelijk aanbelangt - rechtstreeks zelfs, als
'historicus en parttime staatsman'.
"Voor het eerst,' constateert hij, 'verliest menselijke kennis
haar persoonlijke karakter. Individuen worden data, en het
zijn data die doorslaggevend worden.' Kunstmatige intelli-
gentie is veel meer dan een eenvoudige versneller van macht,
het is een nieuwe vorm van macht die fundamenteel verschilt
van alle technologieën die de mens tot nu toe heeft uitgevon-
den. Ging het bij automatisering om middelen, Al draait om
doelen. Artificiële intelligentie stelt eigen doelen en 'ontwik-
kelt capaciteiten die we beschouwden als het exclusieve
domein van de mens: Al formuleert strategische oordelen
over de toekomst'.
Waar zijn jongere collega's, Democratische advocaten en de
mondiale elite in Davos vooralsnog niets anders zien dan de
technische kanten van de zaak, vat Kissinger Al van meet af
aan op als een politieke aangelegenheid. Ik denk dat die goeie
ouwe Cossiga dat ook zo zou hebben gezien, net als andere
pientere leiders van die generatie. Omdat ze op jonge leeftijd
de oorlog hebben meegemaakt, zou geen van hen in de val-
strik stappen om het begrip 'macht' op te vatten als een
onderlinge wedstrijd tussen technocraten met PowerPoint-
dia's. Zelfs zonder een protoverlichte denker zoals François
Fénelon te hebben gelezen, wisten ze intuïtief dat je in de
mensenwereld nooit mag hopen dat een superieure macht
netjes binnen de lijntjes van precieze afspraken zal kleuren.
Met hun overlijden zijn we die wijsheid kwijt, en wel precies
op het moment dat een nieuw soort macht zijn opwachting
maakte. Als entomoloog van de macht herkent Kissinger de
ware, diepere aard van het fenomeen. In zijn ogen is Al komen
opdagen als een borgiaanse technologie waarvan de macht is
gebaseerd op de vaardigheid schokeffecten teweeg te bren-
gen. Net als de borgianen voedt Al zich met chaos en ontdoet
ze die van verrassingen. Zeker, de praktische inzetbaarheid
ervan is nog beperkt, maar aan de horizon tekent zich de vol-
gende generatie software al af die in staat is autonoom taken
samen te voegen. Zoals de borgianen bekommert Al zich niet
om regels en ook niet om procedures. Niemand, zelfs de
bedenkers niet, weet hoe Al precies beslissingen neemt. Het
enige wat telt is het resultaat - het succes, zou Milei zeggen -
hoe dat ook wordt bereikt. De macht van AI is volstrekt niet
democratisch en ook niet transparant. Al is meer dan alleen
artificieel: het is een vorm van autoritaire intelligentie die data
centraliseert en ze omzet in macht. En dat in volslagen
ondoorzichtigheid en onder toezicht van een handjevol
ondernemers en wetenschappers die de tijger berijden in de
hoop straks niet verscheurd te worden.
Het grote dilemma dat in de twintigste eeuw de politiek heeft
gestructureerd is de relatie tussen staat en markt: welk deel
van ons leven en van het functioneren van onze samenleving
dient onder toezicht van de staat te staan en welk deel kun je
beter overlaten aan de markt en de maatschappij? In de een-
entwintigste eeuw wordt de beslissende scheidslijn die tussen
mens en machine. In welke mate moeten we ons leven laten bestieren
door machtige digitale systemen – en onder welke voorwaarde?
Uiteindelijk zullen individuen en samenlevingen moeten bepalen
welke aspecten van het leven ze liever overlaten aan menselijke intelligentie
en welke ze toevertrouwen aan AI of aan de samenwerking tussen de mens en AI.
En steeds wanneer hun voorkeur naar de humane variant gaat,
bij aangelegenheden waarvoor AI doeltreffender resultaten
zou kunnen garanderen, zullen we daar een prijs voor moeten betalen.
86. Sinds het uur van de wolven heeft geslagen, gaat die regel
niet meer op. Tegenwoordig beschikken we over steeds meer
informatie en zijn we steeds minder in staat de toekomst te
voorspellen. Onze voorouders leefden in samenlevingen die
veel armer aan gegevens waren, maar ze konden plannen
maken voor zichzelf en voor hun nakomelingen. Wij kunnen
ons steeds minder goed een voorstelling maken van de wereld
waarin we morgenochtend wakker worden.
Dat is geen cyclische maar structurele paradox. En die vloeit
voort uit de aard van de digitale logica zelf. Door de werkeli)k-
heid te reduceren tot een reeks nullen en enen verricht de
digitale codering van de realiteit haar onverbiddelijke homo-
geniseringswerk door alles te schrappen wat niet valt te kwan-
tificeren. Op die manier gaat de overgang van analoog naar
digitaal volledig voorbij aan de onderliggende betekenis van
dingen en zet die de poort wijdopen voor chaos.
Om die reden hebben we geen toekomst. Tenminste niet
zoals onze grootouders die in het verschiet hadden. Volledig
uitgedachte 'culturele' toekomsten zijn een luxe van vroeger,
zegt William Gibson, uit een tijd waarin het 'nu' langer
duurde. Voor ons kan alles zo abrupt veranderen dat toekom-
sten zoals die van onze grootouders onvoldoende 'nu' bevat-
ten om zich staande te houden.
In een dergelijke realiteit voelen alleen borgianen zich op hun
gemak, omdat zij teren op chaos, en de hemel weet dat de
meeste aanwezigen hier in Lissabon niet de geringste sympa-
thie kunnen opbrengen voor borgianen, omdat die hun grie-
zeligste nachtmerries bevolken.
Maar daar heb je Altman en Hassabis die met een alternatief
komen.'s Werelds eendracht kan in al haar luister worden
hersteld. Ook Al voedt zich met chaos, maar daarvoor in ruil
belooft ze een nieuwe orde. Een rationeel bestuur van de
samenleving, beslissingen die worden genomen op basis van
data, theoretisch heeft dat veel weg van de droom van techno-
craten. Er is alleen wel een maar. Opdat het rijk van Al kome,
is het zaak om kennis te vervangen door geloof.
Op de vraag 'Zal Al op een dag kunnen uitleggen hoe ze haar
beslissingen neemt?' antwoorden technologen dat dat nooit
zal gebeuren, dat zal blijken dat we met een gerust hart kun-
nen bouwen op de modellen, dat die ons vertrouwen waardig
zijn. En dat we het daarmee zullen moeten doen.
Net als de God van Kierkegaard kan Al niet gedacht worden
in louter rationele termen. De enige manier om een relatie
aan te gaan met Al is een geloofsbelijdenis afleggen. De grote
belofte van Al is dat ze voor ons zal zorgen, zelfs als we er niets
van snappen. Technologen zien het probleem niet. Aangezien
ze zich noch voor geschiedenis noch voor filosofie interesse-
ren, beseffen ze niet dat hun propositie neerkomt op een
terugkeer naar de tijd van voor de Verlichting, naar een tover-
achtige, onbegrijpelijke wereld geleid door Al - waartoe wordt
gebeden zoals tot de goden in de Oudheid.
'Het zijn niet altijd dezelfde goden die de hemel bestieren. Het
zijn niet altijd dezelfde heersers die belastingen innen in de
steden en op het platteland,' zegt Moctezuma in zijn denk-
beeldige dialoog met Italo Calvino.Hij en allen die op hem
lijken leggen zich daar gedwee bij neer.
Kissinger is een stuk taaier wat dat betreft. Zijn lichaam is zo
achteruitgegaan dat hij hulp nodig heeft om op te staan. En
van zijn holle stem, sinds jaar en dag beroemd om zijn onver-
staanbaarheid, rest nu echt niet meer dan een bijna onhoor-
baar knorren. Aan de vooravond van zijn honderdste
verjaardag zou hij overal op aarde kunnen zijn. In plaats daar-
van zit hij hier, in de salon van een hotel in Lissabon, te praten
over artificiële intelligentie. Over de 'gevolgen' ervan zelfs,
waar hij - dat weet hij ook wel - nog maar een heel klein
stukje van te zien zal krijgen.
Jaren geleden stelde hij bij zijn eerste ontmoeting met Has-
sabis al de moeilijkste en belangrijkste vraag: Wat gaat er
gebeuren met het menselijke bewustzijn als het verklarend
vermogen daarvan wordt ingehaald door Al en samenlevingen
niet meer bij machte zijn de wereld die ze bewonen te duiden
in termen die hun iets zeggen?'
Dé roman die vooruitloopt op Al is Het proces van Kafka,
waarin niemand begrijpt wat er gebeurt - de beklaagde noch
de rechters die hem horen - en toch nemen de gebeurtenis-
sen onverbiddelijk hun loop. En dan is er die andere grote
roman van Kafka: Het kasteel. Wanneer hoofdpersoon K pro-
beert zich te concentreren op het machtsbolwerk dat de zeg-
genschap heeft over zijn lot, zonder dat hij dat bolwerk ooit
kan betreden of dat het hem enige opheldering geeft, glijdt
zijn blik over het Kasteel zonder er enig houvast op te krijgen'.
En als hij probeert te telefoneren hoort hij aan de andere kant
van de lijn alleen het gonzen van verre stemmen of juist een
strenge, arrogante stem die het vertikt ook maar de geringste
uitleg te verschaffen.
Voor sommigen is het Kasteel er al. Als men roept dat de toe-
komst al onder ons is, maar ongelijk is verdeeld, bedoelt men
meestal dat de geprivilegieerden al beschikken over technolo-
gieën van de toekomst, terwijl anderen achterblijven. In
onderhavig geval is het andersom. Het Kasteel is vooralsnog
niet meer dan een hypothese voor de bemiddelde klassen,
terwijl het al realiteit is voor mensen onder aan de ladder.
Bezorgers bijvoorbeeld hebben bij het uitoefenen van hun
baan praktisch geen contact meer met een menselijk wezen.
Hun enige 'gesprekspartner' is een applicatie op hun telefoon.
Die app zegt welke taken ze moeten uitvoeren, stuurt hen aan
in hun werk, beoordeelt hun prestaties. En dat volgens een
logica die soms begrijpelijk lijkt en dan opeens ondoorgron-
delijk is. Als er iets niet klopt, als de bezorger te maken krijgt
met iets onverwachts of als het mechanisme vastloopt, heeft
de bezorger niemand op wie hij kan terugvallen. De app trekt
zijn conclusies en velt een oordeel. Het gezond verstand en de
gevoeligheden van een mens zijn met opzet opzijgezet. In het
beste geval kan de bezorger zich, voor de vorm, richten tot
een callcenter op duizenden kilometers afstand, waar hij na
lang wachten de troost vindt van een menselijk wezen dat
even weinig macht heeft als hij.
Mettertijd neemt het Kasteel nieuwe ruimtes in en strekt het
zich uit tot andere werkterreinen. Naarmate de capaciteiten
van Al toenemen, stijgt het Kasteel in de sociale hierarchie.
Arbeiders mogen dan worden vervangen door machines en
bezorgers veranderen zelf steeds meer in machines, maar het-
Mettertijd neemt het Kasteel nieuwe ruimtes in en strekt het
zich uit tot andere werkterreinen. Naarmate de capaciteiten
van Al toenemen, stijgt het Kasteel in de sociale hiërarchie.
Arbeiders mogen dan worden vervangen door machines en
bezorgers veranderen zelf steeds meer in machines, maar het-
zelfde fenomeen raakt inmiddels kantoorbedienden, ambte-
naren en ook wat we vroeger 'vrije beroepen' noemden. In de
al heel nabije toekomst zullen artsen, boekhouders en advo-
caten zich moeten voegen naar de instructies van Al en zich
moeten rechtvaardigen in het geval ze toch besluiten zaken
anders aan te pakken. Alleen de allermachtigsten zullen nog
speelruimte hebben, en dan nog, wie weet voor hoelang.
Het Kasteel verovert voortdurend nieuw grondgebied en ooit
breekt de dag aan - dat is misschien wat Kissingers vrienden
vaag aanvoelen - waarop het ook hen zal inhalen, zodra de
overweldigende superioriteit van algoritmen aan het beoorde-
lingsvermogen van politici en topmanagers onomstotelijk is
bewezen. Vanaf die dag zal de macht van het Kasteel de hele
aarde bestrijken en de enigen die dan mogen dansen, zo vrij
als een vogel en onvoorspelbaar als nieuwbakken hertogen
van Saksen, zijn de hogepriesters van de nieuwe cultus, de AI-
conquistadores die heel even mogen proeven van het ambro-
zijn van de goden, om dan zelf ook tot de vergetelheid te wor-
den veroordeeld door de matrix van het posthumane wezen.
De inleiding van dit boek sluit af met een citaat van Sán-
dor Márai dat het verdient in zijn geheel te worden gele-
zen: 'Misschien gaan de lichten uit in de wereld, zoals
boven dit landschap vannacht, als gevolg van een cata-
strofe die geen oorlog meer is maar meer dan dat; mis-
schien is in de ziel van de mensen ook iets gerijpt, overal
in de wereld; misschien regelen ze nu met elkaar, te vuur
en te zwaard, wat een keer geregeld en besproken moet
worden. (Sándor Márai, Gloed, uit het Hongaars vertaald
door Mari Alföldy, Amsterdam, Wereldbibliotheek,
2000, blz. 132!)


