Jolande Withuis, Moeder, anti- moeder
uitg. De Bezige Bij 2024
19. Begin jaren zeventig was psychotherapie voor gewone mensen terra incognita, en voor communisten zoals wij zelfs taboe. Alles wat over gevoelens ging was in onze ogen
loos gebabbel. Het maatschappelijk zijn bepaalt het bewustzijn. Het was uitgesloten dat je als intelligent, politiek bewust en hardwerkend mens ongelukkig, angstig of gestoord kon zijn. Het was voor mijn moeder dan ook onbevattelijk dat ik, in het kielzog van mijn behandelaar, mijn
angsten en kwalen ging wijten aan mijn jeugd. Weliswaar heb ik dat nooit met zoveel woorden gezegd, maar zij realiseerde zich dat wel.
Onbevattelijk is het gebleven.
110. To temper passion with historical perspective
Een van de mooiste formuleringen inzake het communistisch levensbeschouwelijk regime komt van de Britse historicus en ex-communist Raphael Samuel.
Het doel van de communistische collectieve karaktervorming, zei hij, was ‘to temper passion with historical perspective’. Je moest je primitieve impulsen leren beheersen met behulp van ken-
nis van hoe de wereld in elkaar zit.
Aan de basis van de overtuiging dat het socialisme zou overwinnen lag het ‘wetenschappelijk socialisme’. Dankzij een marxistische analyse van waarom het leven is zoals het is, kon de arbeidersklasse zich verheffen boven haar oude lot van alcoholisme, apathie, godsdienst, richtingloosheid en vrouwen- en kindermishandeling. Vertrouwen in de wetenschap behoorde tot de voorgestane mentale toerusting, juist ook van vrouwen. Zij zouden niet langer bakerpraatjes, buurvrouwen, bijgeloof en oma’s laten bepalen wat goed was. Inzicht gaf kracht. Analyse gaf
‘perspectief ’. Daar werd je sterk en optimistisch van. Het wetenschappelijk socialisme bood geen utopie maar een reëel inzicht in de historische ontwikkeling. ‘Realiteit’ was van het communistisch karakter een kernwaarde.
114. Omringd als wij waren door een vijandige omgeving met een bedrieglijk wereldbeeld raakten wij er als kind in geoefend om lessen op school en krantenartikelen altijd te bevragen. Wie beweert dat? Waar komt dat bericht vandaan? En vooral: welk belang dient het? Nog op de lagere school brak ik me eens lichtelijk wanhopig het hoofd over de vraag of mensen niet ook weleens konden ménen wat ze zeiden. Stak echt achter alles altijd een belang?
Ons ingeslepen wantrouwen mag nuttig lijken, het had schaduwzijden. Ik had er als studente moeite mee mijn studiestof onbevangen serieus te nemen en sociologie niet automatisch te beschouwen als ideologie. Bovendien ging onze principieel kritische instelling gepaard aan blindheid inzake de eigen geschiedvervalsingen. Dat waren er te veel om op te sommen.
Zo dacht ik als gymnasiaste nog dat de verhalen over Stalins massamoord een rechts verzinsel waren. Ik kwam er pas laat achter dat de Spaanse Burgeroorlog geen linkse idylle was geweest. Ik verkeerde lang in de overtuiging dat nagenoeg alleen communisten zich tegen de nazi’s hadden verzet. Ik wist wel van de Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië, maar niet van de Bersiap. Ik geloofde dat de Hongaarse opstand een neonazistische coup was. En last but not least: ik meende dat het socialisme de vrouwen had bevrijd.
180. Toen de CPN mijn vader in 1978 vroeg perschef te worden van het Internationaal Forum Stop de N-bom en samen met Jenny leiding te geven aan een groep vrijwilligers, voldeden zij zonder aarzelen aan dat verzoek. ‘Stop de N-bom’ was een CPN-initiatief (naar later bleek deels gefinancierd door de ddr), waarmee de partij succesvol tienduizenden niet-communisten wist te mobiliseren tegen de navo. De klus werd voortgezet bij de manifestaties in 1981 en bij de demonstratie met ruim een half miljoen deelnemers op het Malieveld in 1983. Berry schreef, Jenny zond zijn berichten de wereld rond.


