Dupslog

jan.vanduppen(at)telenet.be

Jan Van Duppen

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Jan Van Duppen
Artikel

Julian Barnes Flauberts papegaai

Julian Barnes Flauberts papegaai 


(1984- 2021) Atlas Contact 


 


21. 1836 - In Trouville ontmoet hij Elisa Schlesinger, de echtgenote van een Duitse muziekuitgever, en vat een 'enorme' hartstocht voor haar op. Die hartstocht kleurt de rest van zijn puberteit. Zij bejegent hem met grote vriendelijkheid en genegenheid; ze zullen nog veertig jaar contact met elkaar houden. Wanneer hij er later aan terugdenkt, is hij blij dat ze zijn hartstocht niet beantwoordde: 'Geluk is als syfilis. Indien te vroeg verkregen kan het de constitutie te gronde richten.'


53. Het tweede, onvoltooide deel van Bouvard et Pécuchet had in hoofdzaak zullen bestaan uit 'La Copie', een gigantisch dossier van vreemde voorvallen, idiotismen en voor de spreker vernietigende citaten, die de twee klerken plechtig zouden overschrijven om zich te stichten en die Flaubert met een cynischer intentie zou reproduceren.


Onder de duizenden knipsels die hij verzamelde om eventueel in dat dossier op te nemen bevindt zich het volgende verhaal, geknipt uit L'Opinion nationale van 29 juni 1863:


- In Gérouville nabij Arlon woonde een man die een schitterende papegaai bezat. Het was zijn enige liefde. Als jonge man was hij het slachtoffer geweest van een ongelukkige hartstocht; die ervaring had een mensenhater van hem gemaakt en hij woonde nu alleen met zijn papegaai. Hij had de vogel geleerd de naam van zijn verloren geliefde te zeggen en die naam werd honderdmaal op een dag herhaald. Dat was het enige talent van de vogel, maar in de ogen van zijn eigenaar, de onfortuinlijke Henri K., was het een talent dat tegen alle andere opwoog. Telkens wanneer hij die vreemde stem de gewijde naam hoorde zeggen, huiverde Henri van vreugde; het klonk hem in de oren als een stem die van voorbij het graf kwam, als iets mysterieus en bovenmenselijks.


Eenzaamheid wakkerde de fantasie van Henri K. aan en langzamerhand kreeg de papegaai een bijzondere betekenis in zijn geest. Het werd bijna een heilige vogel voor hem; hij hanteerde hem met diepe eerbied en kon urenlang in vervoering naar hem kijken. Dan mompelde de papegaai, die de blikken van zijn baas met onverschrokken oog beantwoordde, het mysterieuze woord en Henri's ziel stroomde vol met de herinnering aan zijn verloren geluk.


Dit vreemde leven duurde verscheidene jaren. Op een dag viel het de mensen echter op dat Henri K. er nog treuriger uitzag dan gewoonlijk; en er blonk een vreemd, waanzinnig licht in zijn ogen. De papegaai was gestorven.


Henri K. bleef alleen wonen, helemaal alleen nu. Hij had geen enkele binding met de buitenwereld. Hij trok zich steeds meer in zichzelf terug.Soms kwam hij in dagen zijn kamer niet uit. Hij at het eten op dat hem gebracht werd, maar hij sloeg op niemand acht. Langzamerhand ging hij geloven dat hij zelf veranderd was in een papegaai. Hij krijste de naam die hij zo graag hoorde, alsof hij de dode vogel wilde imiteren; hij probeerde te lopen als een papegaai, ging op dingen zitten alsof hij op stok ging en strekte zijn armen uit alsof hij vleugels had om mee te klapwieken. Soms verloor hij zijn kalmte en begon meubels te vernielen en zijn familie besloot hem naar het maison de santé in Gheel te sturen. Op weg daarheen slaagde hij er echter's nachts in te ontsnappen. De volgende ochtend vonden ze hem; hij zat in een boom. Het bleek zeer moeilijk hem naar beneden te lokken, totdat iemand op het idee kwam een enorme papegaaienkooi onder de boom te zetten. Toen hij die zag klom de onfortuinlijke monomaan naar beneden en werd opnieuw gevangen. Hij bevindt zich nu in het maison de santé in Gheel.


We weten dat dit verhaal indruk heeft gemaakt op Flaubert. Bij de zin 'langzamerhand kreeg de papegaai een bijzondere betekenis in zijn geest' maakte hij de volgende kanttekening: 'Een ander beest nemen, er een hond van maken in plaats van een papegaai. Een kortstondig plan voor een toekomstig boek. Maar toen de geschiedenis van Félicité en Loulou ten slotte werd geschreven, was de papegaai gebleven en de eigenaar veranderd.


Vóór Un coeur simple fladderen er soms papegaaien door Flauberts werk en door zijn brieven. Wanneer hij Louise de aantrekkingskracht van vreemde landen uitlegt schrijft Gustave (11 december 1846): 'Als kinderen willen we allemaal in het land van papegaaien en gekonfijte dadels wonen. Wanneer hij een verdrietige, ontmoedigde Louise troost (27 maart 1853) herinnert hij haar eraan dat we allemaal gekooide vogels zijn en dat het leven het zwaarst is voor die met de grootste vleugels:


'We zijn in meerdere of mindere mate allemaal adelaars of kanaries, papegaaien of gieren. Wanneer hij (9 december 1852) tegenover Louise ontkent dat hij ijdel is, maakt hij onderscheid tussen Trots en IJdelheid: "Trots is een wild beest dat in grotten leeft en door de woestijn doolt. IJdelheid daarentegen is een papegaai die van tak tot tak springt en er openlijk op los kletst.'’


Wanneer hij Louise het heroïsche zoeken naar stijl beschrijft dat Madame Bovary is (19 juni 1852), legt hij uit: 'Hoe vaak ben ik niet op mijn gezicht gevallen, juist op het moment dat ik het meende te bereiken! Toch heb ik het gevoel dat ik niet mag sterven zonder de stijl, die ik in mijn gedachten hoor, ergens te hebben doen schallen, een stijl die zeker bij machte zal zijn de kreten van de papegaaien en de krekels te overstemmen.'


Ik heb het er al over gehad dat de Carthaagse tolken in Salammbô getatoeëerde papegaaien op hun borst hebben (een detail dat misschien eerder welgekozen dan authentiek is?); in diezelfde roman hebben sommige barbaren 'parasols in hun handen of papegaaien op hun schouders', terwijl zich onder de meubels op het terras van Salammbô een klein ivoren bed bevindt met kussens die gevuld zijn met papegaaienveren - 'want dit was een profetische, aan de goden gewijde vogel!