Julian Barnes, Vertrek(punt)
Uitg. AtlasContact 2026
63. De laatste jaren merk ik dat ik veel stilsta bij de manier waarop we ons de doden herinneren, hoe snel herinnering verandert in mythe, en hoe mensen die ooit leefden verworden tot een verzameling anekdotes (maar dat kan toch ook niet anders?).
64. Misschien is het je opgevallen dat ik de gewoonte heb mezelf te verbeteren. Toen ik jonger was, dacht ik dat ik wist hoe de wereld in elkaar zat, dat ik wist wat waar en concreet was, en wat betrekkelijk en plooibaar. De behoefte aan zelfcorrectie komt met de jaren, net als de gewoonte dingen te herhalen. Het zal iets te maken hebben met de dood en het vertrek uit dit leven. Zoals je in vroeger tijden je zonden en vergissingen opbiechtte. Nu leg je voor je sterven een ander soort rekenschap af. 'Ik wil dit ene in elk geval rechtzetten’, zeggen we. Alsof dat veel verschil zal maken, op het moment zelf of later.
72. Ja, naarmate je ouder wordt, sluit je minder gemakkelijk vriendschappen, maar des te bevredigender is het als je dat wel doet. Plotseling is er een heel nieuw, onbekend leven om je heen, met een onontdekt verleden en een toekomst die nog moet worden verkend - en wat valt er ondertussen een hoop te bepraten. Dat is het leuke aan 'nieuwe nieuwe' vrienden. Want als het mogelijk was 'nieuwe oude' vrienden op te doen, dan zou dat vast een recept zijn voor zelfgenoegzaamheid en zo'n vooringenomen ouwe-jongens-krentenbrood-sfeer - het ons-kent-ons van mannen in ribbroek die zich kauwend op hun pijp in sentimentele herinneringen verliezen.
97. Laat mij maar liever opnieuw rondslenteren in Europese plaatsen en steden, vanaf een veilige promenade naar de zee staren, en vanaf een warme plek turen naar besneeuwde bergtoppen in de verte. En net zoals ik waarschijnlijk voor het laatst grote romans zal herlezen, zou ik graag nog reizen maken om afscheid te nemen van grote kunst: naar Madrid voor Las Meninas, naar Brussel voor Bruegels De val van Icarus, naar Rome voor Bernini's Apollo en Daphne, naar Gent voor Van Eycks altaar-stuk, naar Palermo voor Antonello's Annunciatie enzovoort. En als ik straks voor een schilderij sta dat me dierbaar is, glijd ik misschien wel uit, stoot mijn hoofd, waarna ik word bestookt met lAMs van alle schilderijen die me ooit dierbaar zijn geweest, in één lange, overweldigende chronologische reeks beelden: het stendhalsyndroom, maar dan duizend keer zo sterk - een prachtige, zij het vermoeiende manier om heen te gaan.
108. Het schijnt dat bij het ouder worden vaak vergeten herinneringen uit
onze jeugd bovenkomen, terwijl we ons steeds minder voor de geest kunnen halen wat we op middelbare leeftijd deden. Het is mij nog niet overkomen, maar ik kan me voorstellen hoe zich dat kan ontwikkelen wanneer de ouderdom toeslaat. Onze geestelijke ruimte zal worden ingenomen door heldere beelden uit onze vroegste jeugd, dan een hele tijd niets en dan een terecht nietszeggend nu, waarin steeds dezelfde dagen en steeds dezelfde momenten van verwarring als wolken voorbijtrekken. Met andere woorden: onze levens zullen worden teruggebracht tot een verhaal met een groot gat in het midden.


