Mario Vargas Llosa, Het feest van de bok
Uitg Meulenhoff 2000
17. Hadden de Verenigde Staten de afgelopen eenendertig jaar een oprechtere vriend gehad dan hij? Welke regering had hen meer gesteund in de VN? Welke regering had als eerste de oorlog aan Duitsland en Japan verklaard? Wie had meer dollars besteed aan het omkopen van Amerikaanse vertegenwoordigers, senatoren, gouverneurs,
burgemeesters, advocaten en journalisten? De beloning: de economische sancties van de OAS, om dat negertje Rómulo Betancourt een plezier te doen en Venezolaanse olie te blijven opstrijken. Als Johnny Abbes zijn werk beter had gedaan en de bom het hoofd van de romp van die flikker Rómulo had gerukt, zouden er geen sancties zijn en zouden die klotegringo’s niet zitten te zeiken over soevereiniteit, democratie en mensenrechten. Maar dan zou hij ook niet hebben ontdekt dat
hij in dat land van tweehonderd miljoen idioten een vriend als Simon Gittleman had. Een man die in staat was vanuit Phoenix, Arizona, waar hij zich na zijn pensioen bij de marines aan zaken wijdde, een persoonlijke campagne te beginnen ter verdediging van de Dominicaanse Republiek. Zonder er een cent voor te vragen! Er waren nog altijd kerels als hij bij de marines. Kerels die niets vroegen of in rekening brachten! Daar konden die bloedzuigers in de Senaat en de Kamer van
Afgevaardigden, die hij al jarenlang vetmestte, die steeds meer cheques, meer concessies, meer decreten, meer belastingontheffingen eisten en die nu hij ze nodig had niets van zich lieten horen, nog iets van leren.
66. Het is een beeld dat Urania al heel lang kwelt, dat haar lachlust opwekt en haar verontwaardigd maakt. Het beeld van de minister van Buitenlandse Zaken van het Tijdperk die vliegtuigen in- en uitstapt, die langs de Zuid-Amerikaanse hoofdsteden reist, dringende bevelen opvolgend die hem op elke luchthaven wachtten en die ervoor moeten zorgen dat hij die hysterische reis voortzet en regeringen lastigvalt met inhoudsloze voorwendselen. En alleen maar om te voorkomen dat hij terugkeert naar Ciudad Trujillo terwijl de Baas zijn vrouw ligt te naai-en. Dat heeft Crassweller zelf verteld, de bekendste biograaf van Trujil-lo. Zodat iedereen het wist, ook don Froilán.
'Was het de moeite waard, papa? Kwam het door de illusie dat je kon blijven genieten van de macht? Soms denk ik van niet, soms denk ik dat het voordeel op de tweede plaats kwam. Dat jij, Arala, Pichardo, Chirinos, Álvarez Pina, Manuel Alfonso het fijn vonden om bezoedeld te worden. Dat Trujillo uit het diepst van jullie ziel een masochistische roeping heeft gehaald, een roeping van mensen die het nodig hadden om bespuugd en mishandeld te worden, die zich pas ontplooiden als ze zich verachtelijk voelden
De invalide man kijkt haar aan zonder met zijn ogen te knipperen, zonder zijn lippen of zelfs maar de nietige handjes die op zijn knieën liggen te bewegen. Hij ziet eruit als een mummie, een gebalsemd man-netje, een poppetje van was. Zijn kamerjas is verbleekt en op sommige plekken versleten. Die moet al heel oud zijn, van tien of vijftien jaar geleden.
253. Het citaat van Ortega y Gasset verscheen in het hoekje van een bladzijde, geschreven in zijn piepkleine handschrift: 'Niets van wat de mens is geweest, is of zal zijn, was of is voor de eeuwigheid, hij is het op een goede dag geworden en zal het op een andere goede dag weer ophouden te zijn. Hij was een levend voorbeeld van de onzekerheid van het bestaan die uit die filosofie sprak.
367. Omdat hij wist hoeveel macht Trujillo over hem had, had generaal Román vijfenhalve maand eerder onmiddellijk gereageerd toen Luis Amiama voor het eerst met hem sprak over een samenzwering om een einde aan dit regime te maken: 'Hem ontvoeren? Wat een dwaasheid!
Zolang hij in leven is zal er niets veranderen. We moeten hem doden.' Ze waren op de bananenplantage van Luis Amiama in Guayubin, in
Montecristi, en zaten te kijken naar het langsstromen van het aarde-kleurige water van de Yaque-rivier. Zijn kameraad legde hem uit dat hij en Juan Tomás deze operatie op poten hadden gezet om te voorkomen dat het regime het hele land te gronde zou richten en een nieuwe communistische revolutie, in Cubaanse stijl, zou versnellen. Het was een serieus plan, dat kon rekenen op de steun van de Verenigde Staten.
Henry Dearborn, John Banfield en Bob Owen, van het gezantschap, hadden officieel hun steun toegezegd en de verantwoordelijke man van de cIA in Ciudad Trujillo, Lorenzo D. Berry ('De eigenaar van Wimpy's supermarkt?' 'Ja zeker, in eigen persoon.') opdracht gegeven geld, wapens en explosieven te leveren. De Verenigde Staten waren ongerust over de excessen van Trujillo, sinds de aanslag op de Venezolaanse president Rómulo Betancourt, en wilden van hem af; maar tegelijkertijd wilden ze de verzekering dat hij niet vervangen zou worden door een tweede Fidel Castro. Daarom zouden ze hun steun geven aan een seri-euze, duidelijk anticommunistische groep die een junta van burgers en militairen zou vormen die binnen zes maanden verkiezingen zou uit-schrijven. Amiama, Juan Tomás Díaz en de gringo's waren het met elkaar eens: Pupo Román zou aan het hoofd moeten staan van die jun-ta. Wie kon er beter de instemming van de garnizoenen en een ordelijke overgang naar de democratie bewerkstelligen?
'Hem ontvoeren, hem vragen af te treden?' riep Pupo geschokt. 'Jul-lie hebben het verkeerde land en de verkeerde persoon voor je, makker.
Het lijkt wel of je hem niet kent. Hij zal zich nooit levend laten pakken.
En hij zal nooit vrijwillig aftreden. We moeten hem doden.'
De chauffeur van de jeep, een sergeant, zat zwijgend achter het stuur en Román nam diepe teugen van zijn Lucky Strike, zijn lievelingssiga-ret. Waarom had hij erin toegestemd zich bij het complot aan te slui-ten? In tegenstelling tot Juan Tomás, in ongenade gevallen en uit het leger gezet, had hij alles te verliezen.


