Rik Torfs, Waarheid - uitg. Ertsberg 2025
20. In 1975 schreef de Oostenrijkse wetenschapsfilosoof Paul Feyerabend (1924-1994) zijn boek Against Method. Met daarin volgende beroemd geworden passage: 'Alles welbeschouwd verschillen de wetenschappen niet zo erg van oude godsdienstvormen. Zoals religies hebben zij hun dogma's, hun hogepriesters, hun heilige teksten en hun excommunicaties'. Feyerabend werd niet overal toegejuicht. Zijn relativisme ging traditionele wetenschapsfilosofen te ver. Niettemin oogstte hij ook waardering, vaak in progressieve kringen die te gemakkelijke universalistische pretenties die de wetenschap weleens tentoonspreidde, kritisch bevroegen. Paul Feyerabend was voor hen een boegbeeld van de tegencultuur. Van de mensen die de macht niet, of nog niet in handen hadden. Eigenlijk zou je hem 'links' kunnen noemen, terwijl bovenstaand citaat uit Against Method vandaag het risico loopt als een vorm van wetenschapsontkenning te worden beschouwd en op het eerste gezicht in veler ogen eerder 'rechts' of 'extreemrechts' lijkt. Hoe valt die evolutie te verklaren?
26. Om te beginnen is 'rechtvaardigheid' zelf een dubieus begrip. Er blijkt veel ambitie uit. Misschien is ze precies daarom uiterst zelden te verwezenlijken. Een mooie passage in de roman Geen heiligen, geen engelen van de Tsjechische schrijver Ivan Klíma (®1931-2025) wijst daarop. De auteur beschrijft het leven van een stilaan ouder wordende tandarts in Praag, Kristyna, die haar leven niet meer beleeft zoals ze ooit had gehoopt. In een innerlijke monoloog maakt ze de balans op:
'Het interesseert me niet wat er miljarden jaren geleden is gebeurd, of de tijd toen begon of niet begon; mij interesseert de periode van mijn leven en die heeft me de liefde afgenomen en rimpels gegeven; hij loert naar mij vanuit alle hoeken en trekt zich niets van mijn smeekbeden aan. Hij trekt zich niemands smeekbeden aan; de tijd is het enige rechtvaardige '.
En dan volgt een magisch zinnetje dat helemaal haaks staat op onze tijdgeest: 'Wat rechtvaardig is, is doorgaans wreed.'
Terwijl wij eerder geneigd zijn wat onrechtvaardig is, wreed te vinden.
50.Het principe verhindert, precies zoals de meerkeuzevraag, elk risico op nieuwe variabelen die iemand kunnen verplichten zijn stelling te herzien. Het principe is voor de moraal wat het dogma voor de filosofie betekent. De gedachte die definitief is. De stelling die stolt tot een axioma.
Dat zou argwaan moeten wekken. Veel mensen doen smalend over dogma's. Morele principes die evengoed dogmatisch van aard zijn, oogsten dan weer bijzondere waardering. 'Nooit liegen' is er een voorbeeld van. Terwijl de veralgemening niets anders is dan een vlucht voor de complexiteit van het leven.
98. De machtsstrijd in de zachte cultuursector is misschien wel de hardste die er is. Niemand wordt doodgemarteld, gelukkig, maar niet meer mogen meespelen in de wereld van goede smaak en elegantie is voor velen een ondraaglijke straf. Armoede is niet altijd je eigen schuld, een barbaar zijn wel.
Dat alles komt gedeeltelijk, schreef ik al, omdat de discussie niet over de empirische werkelijkheid of over filosofische concepten gaat.
Maar waarover dan wel? Over gevoelens. En die bemoeilijken de discussie. Een pakkende theatervoorstelling. Een ontroerend gedicht. Een tekst die door merg en been gaat. Een roman die iemand van de sokken blaast. Hoe kun je daar in godsnaam een fatsoenlijk gesprek over beginnen? Over ideeën is het mogelijk te argumenteren, weliswaar voorzichtig, want mensen voelen zich gemakkelijk gekwetst. Huilbuien wil je niet meemaken. Toch behouden ideeën een zekere abstractie-graad die verhindert dat het meningsverschil haast vanzelf uitmondt in een persoonlijke belediging. Hoogstens kan je tegenstander je een gebrek aan inzicht, enige domheid verwijten. Dat is dan maar zo. Als je niet dom bent, raakt het verwijt je geen moment.
124. Ondertussen blijft deze vraag overeind. Waarom zouden mensen absoluut een identieke moraal moeten aanhangen als het ontbreekt aan gezamenlijke normen en waarden die hen niet enkel louter theoretisch, in abstracte retoriek, maar ook in werkelijkheid, in hun denken en in hun hart, met elkaar verbinden? De poging om die consensus artificieel, en dus autoritair, gestalte te geven, leidt van de weeromstuit tot polarisatie, terwijl juist eenheid de bedoeling is. Of anders gezegd: wie mensen oplegt om 'verbindend' te zijn, drijft ze uit elkaar. Waarom zouden mensen trouwens verbindend moeten zijn? Waarom mogen ze niet kiezen voor hun eigen, desgevallend misantropische weg waarbij ze hun belastingen betalen en zich verder van niets of niemand iets aantrekken? Omdat het niet sympathiek is? Dat is het inderdaad niet.
Maar zijn mensen verplicht sympathiek te zijn? Er is geen rechtsregel die hen dat oplegt.
Kortom, ik geloof niet in een gedeelde moraal zonder een dieper gezamenlijk gedachtegoed. In onze seculiere, zeer diverse samenleving ontbreekt dat, hoe hard we het ook proberen te ontkennen omdat we het liever anders zouden willen.
125. Roland Minnerath (°1946), geboren in Sarreguemines in Lotharingen, op dat moment hoogleraar in Straatsburg, academisch mijn tweede thuis. Later werd hij benoemd tot aartsbisschop van Dijon, een ambt dat hij van 2004 tot zijn emeritaat in 2022 bekleedde.
Minnerath bepleitte wél de aanwezigheid van God in de preambule met één enkel argument: ze fungeert als een teken dat de mens niet het begin en einde is van alles. Dat het hem niet toekomt over gelijk wat zelf te oordelen. Over leven en dood van anderen bijvoorbeeld. De verbinding die God mogelijk teweeg kon brengen was niet gebaseerd op een gedeeld geloof in hem. Dat kun je niet opleggen of afdwingen.
Maar wel op het gezamenlijke besef van de menselijke relativiteit.
130. Op zichzelf is die defensieve kijk op waarheid legitiem. Maar hij is allesbehalve vanzelfsprekend. Waarom zou de waarheid per definitie defensief moeten zijn, waarbij het haar eerste taak wordt kwetsbare stervelingen te beschermen tegen de leugen zoals verspreid door sociale media, populistische politici, malafide individuen en onbetrouwbare organisaties? Misschien moeten mensen, eerder dan tegen de leugen, beschermd worden tegen beperkingen van het vrije debat waardoor waarheidsvinding moeilijker wordt. Du choc des idées jaillit la lumière, ik vermeldde dat prachtige citaat van Nicolas Boileau eerder al.
Eenzelfde geest kleurt het Amerikaanse publieke debat. Daarin wordt - vaak tot afgrijzen van keurige Europeanen - veel onzin verteld, af en toe regent het zelfs leugens. Maar ze worden niet verboden. Er heerst vertrouwen dat het publieke debat voor een uitzuivering zal zorgen.
135. Ook in de Engelse tuin heeft de mens een stem. Maar hij tekent het landschap niet helemaal uit, deductief en zonder tegenspraak. Het eert het door nieuwe accenten aan te brengen. Het liefst zo subtiel mogelijk.
De Engelse tuin is jonger dan de Franse. Hij ontstond in de vroege achttiende eeuw als een reactie. Romantiek als antwoord op rationalisme. Maar om irrationele romantiek gaat het niet. Wel om goed doordachte. Terwijl de Franse tuin eindig is, een afgesloten meesterwerk onder leiding van de mens, straalt de Engelse oneindigheid uit. Bij elke wandeling ontvouwen zich perspectieven die je nooit eerder had gezien, ook al omdat de wisseling der seizoenen er haar stempel op drukt. Meer dan op de Franse.
Het is duidelijk dat mijn voorkeur voor de Engelse tuin mijn 'subjectieve waarheid' kleurt. Rigoureuze wetenschap en suggestieve kunst hebben er allebei hun plaats. Het specifieke van elke boom of plant afzonderlijk, zijn eigen vitaliteit en ongetemde levenskracht, verhindert niet dat hij een bijdrage levert aan de magie van de tuin in zijn geheel.
Dat hij zich, anders dan de Franse, nooit helemaal laat kennen maar toch met even grote zekerheid bestaat, vertoont gelijkenissen met de manier waarop transcendentie de waarheid niet verloochent maar vergroot.


