Dupslog

jan.vanduppen(at)telenet.be

Jan Van Duppen

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Jan Van Duppen
Artikel

Vasili Grossman, Alles stroomt. 1955-1963

Vasili Grossman, Alles stroomt. 1955-1963 


Uitg Balans 2026


 


179. ‘Nu het geboorteland van Grossman - Oekraine - in oorlog verkeert en vernederd en gebruikt en bezet wordt, kunnen wij ons hier in het Westen afvragen waarom we het toch steeds weer wagen om Rusland het voordeel van de twijfel te geven. We beginnen Oekraïne, het land dat al decennia zijn nek uitsteekt, steeds meer als een Ivan te zien. Het land is politiek besmet, onhandig om in de ruimte te hebben, pijnlijk om in de ogen te kijken, moeilijk om mee om te gaan. Want, waar moet het heen met dat land? En wat kunnen wij er nou aan doen? 'Wij hebben het ook moeilijk.' Ik zie dit boek van Grossman als een moreel kompas: luister naar het slachtoffer van de agressor, waai niet mee met een dictatoriale wind en wees niet als Nikolaj, die het allemaal maar wat onhandig vindt dat Ivan terugkeert naar Moskou. Steek je nek uit en wees niet bang dat dit een smet op je reputatie zal zijn. Wees menselijker dan Nikolaj, die toch het liefst volgens dit credo lijkt te leven: de sukkel, had-ie z'n bek maar moeten houden.


Alles stroomt lijkt op het eerste gezicht veel te vol gestopt met veel te veel verschrikkelijke feiten over de Sovjet-Unie. Feiten die wij ons misschien amper nog voor kunnen stellen. Hierdoor lijkt Ivan, die sowieso al best wel stil is, soms bijna weg te vallen. Ik denk dat dit het boek juist zo krachtig maakt: de mens is verdwenen, kopje onder gegaan.


In een tijd van politieke glijdende schalen, waarin meer en meer autocraten opduiken en bange mensen de uitgesproken types onder water willen duwen, zou ik Alles stroomt strak onder de arm geklemd houden, waar je ook heen gaat. Dit boek van Grossman is vandaag de dag op vele situaties toe te passen. Geef het cadeau, praat erover, lees alinea's voor aan je geliefde in bed, aan je moeder, en je vrienden in de kroeg.’


 


Lisa Weeda


 


8. De derde reiziger, een Siberische bouwopzichter, die nu op het onderste bed lag te snurken, stootte hen af door zijn onbeschaafdheid: hij gebruikte schuttingtaal, boerde na het eten, en toen hij hoorde dat zijn coupégenoot bij de afdeling economische wetenschappen van het Staatsplanbureau werkte, had hij gevraagd: 'Politieke economie, waar gaat dat over, dat de kolchozboeren naar de stad moeten reizen om bij de arbeiders brood te kopen?'


Op een keer had hij stevig gedronken in de restauratie van een groot station waar hij heen was gegaan om, zoals hij zei, zich af te wateren, en hij had zijn reisgenoten lang uit de slaap gehouden met zijn gedaas: 'Langs legale weg krijg je in ons vak niks gedaan, als je je aan het plan wilt houden moet je werken zoals het leven dat eist: "Voor wat hoort wat." 


Onder de tsaar heette dat particulier initiatief, en wij noemen het: leven en laten leven; dat is pas economie! Mijn ijzervlechters hebben een heel kwartaal, totdat het nieuwe krediet kwam, als kinderverzorgsters geregistreerd gestaan. De wet gaat tegen het leven in, maar het leven stelt zijn eisen! Heb je het plan af, kan je toeslagen en premies krijgen, maar ze kunnen je ook met tien jaar opzadelen. De wet is tegen het leven, en het leven is tegen de wet?'


De jongemannen zwegen, maar toen de bouwvakker was stilgevallen, of liever luid was begonnen te snurken, uitten ze hun kritiek: ‘Zulke lui moet je ook in de gaten houden. Die zogenaamde openhartigheid…’


'Een opportunist. Geen principes. Net als de zonen van Abraham'


 


100. Ik werd er ook door beïnvloed, ik was nog maar een jonge meid, en je hoorde het op vergaderingen, en op de speciale instructiebijeenkomsten, en op de radio en in de bioscoop, en van de schrijvers, en van Stalin zelf, aldoor hetzelfde: de koelakken zijn parasieten, ze verbranden het graan en vermoorden kinderen. Het werd zonder omwegen gezegd: we moeten de woede van de massa's aanwakkeren tegen die vervloekte koelakken en hun hele klasse vernietigen. Ik raakte ook behekst, ik dacht ook: alles is de schuld van de koelakken, en als zij vernietigd zijn komen er voor de boeren betere tijden. Je moest geen medelijden met ze hebben, het waren geen mensen, maar god weet wat voor creaturen. Ik ging ook bij de activisten. Je had daar alle mogelijke mensen, er waren er die het allemaal geloofden en de parasieten haatten, en die voor de arme boeren waren, en lui die hun eigen zaakjes behartigden, maar de meesten voerden gewoon de bevelen uit - die zouden hun vader en moeder vermoorden als dat in de instructies stond. Het waren niet de ergsten die geloofden in een beter leven als de koelakken vernietigd waren. En de wilde beesten waren ook niet het ergste. De ergsten waren de mensen die hun eigen zaakjes behartigden, die de mond vol hadden van politiek bewustzijn maar ondertussen plunderden en persoonlijke rekeningen vereffenden.


(…)


… weet je dan niet meer wat je laatst gezegd hebt? Ik wel, ik zal het nooit vergeten. Het was zo helder als glas. Ik vroeg hoe de Duitsers Joodse kinderen konden vergassen en gewoon verder leven, werden ze dan door niemand gestraft, door de mensen niet en door God niet? En jij zei: er is een straf voor de beul: hij beschouwt zijn slachtoffer niet als een mens en daardoor houdt hij zelf op mens te zijn, hij doet de mens in zichzelf, hij is zijn eigen beul; terwijl die doden, al is hij nog zo dood, voor altijd een mens blijft. Weet je nog?


 


105. Wie het weghaalde, het graan? Voornamelijk eigen mensen, van de partijcomités, van de Komsomol, hun eigen jongens, en natuurlijk de politie en de NKVD, en hier en daar zelfs het leger, ik heb een gemobiliseerde soldaat uit Moskou gezien, maar die deed niet erg zijn best, hij probeerde aldoor om weg te komen. En net als bij de dekoelakisering gingen de mensen raar doen en werden ze als beesten.


(…)


En een stof – dag en nacht stof, zolang ze graan reden. De maan was een steen zo groot als de halve hemel, alles leek vreemd in dat maanlicht, en ‘s nachts was het zo heet als onder een schapenvacht, en de akkers waren zo vertrapt, zo doodgemaakt, vreselijk.


De mensen kregen iets verward’s over zich en de dieren gingen vreemd doen, ze werden schrikachtig, ze moeiden en jammerden, en ‘s nachts huilden de honden. En de grond barstte. 


 


150. De geschiedenis van de mens is de geschiedenis van zijn vrijheid. De groei van het menselijk kunnen komt vooral tot uitdrukking in de toename van vrijheid. Vrijheid is niet het erkennen van de noodzakelijkheid, zoals Friedrich Engels dacht. Vrijheid is lijnrecht tegengesteld aan noodzakelijkheid, vrijheid is het overwinnen van de noodzakelijkheid.


Vooruitgang is in wezen vooruitgang van de menselijke vrijheid. Sterker nog, het leven zelf is vrijheid, evolutie van het leven is evolutie van de vrijheid.


De ontwikkeling van Rusland liet haar merkwaardige essentie zien: zij werd tot een ontwikkeling van de onvrijheid. Van jaar tot jaar werd de lijfeigenschap hardvochtiger; het recht van de boeren op land smolt steeds meer weg, en tegelijk ging de groei van de Russische wetenschap, techniek en beschaving door, hand in hand met de groei van de Russische slavernij.


 


152. Rusland laafde zich niet meer aan de vrije geest van het Westen.


Het Westen keek met behekste ogen naar het Russische voorbeeld van een ontwikkeling langs de weg der onvrijheid.


De wereld zag de betoverende eenvoud van die weg. De wereld begreep de kracht van een nationale staat die op onvrijheid was gebouwd.


Wat de profeten van Rusland honderd en honderdvijftig jaar eerder hadden voorspeld, leek uitgekomen.


Maar op welk een vreemde en vreselijke manier...


Lenins synthese van onvrijheid en socialisme maakte meer indruk op de wereld dan de ontdekking van de atoomenergie.


De Europese apostelen van nationale revoluties zagen hun vlam branden in het Oosten. De Italianen, en later ook de Duitsers, ontwikkelden het concept van een nationaal socialisme op hun eigen wijze.


En het vuur greep om zich heen - de vlam werd overgenomen door Azië, door Afrika.


Naties en staten konden zich ontwikkelen op basis van geweld en met veronachtzaming van de vrijheid!


Dit was geen voedsel voor gezonde mensen, dit was een narcotisch geneesmiddel voor mislukkelingen, zieken en zwakken, achterblijvers en geknakten.


De duizend jaar oude wet van Ruslands ontwikkeling werd door de wil, de hartstocht, het genie van Lenin tot een wet voor de hele wereld.


Dat was de vloek van de geschiedenis.


Lenins onverdraagzaamheid, zijn dwingelandij, zijn onwrikbaar gelijk, zijn minachting voor de vrijheid, zijn fanatieke geloof, zijn wreedheid jegens vijanden - kortom alles, wat hem de overwinning bezorgde, wortelde in de duizend jaar oude diepten van de Russische slavernij, de Russische onvrijheid. Daarom heeft Lenins overwinning de onvrijheid gediend. En tegelijk leefde daarnaast, immaterieel, zonder gewicht, de Lenin voort die miljoenen mensen betoverde met zijn eigenschappen van vriendelijke, bescheiden, hardwerkende Russische intellectueel.


 


173. De zee is eeuwig, en de eeuwigheid van haar vrijheid deed Ivan Grigorjevitsj denken aan onverschilligheid. De zee had zich niets van Ivan Grigorjevitsj aangetrokken toen hij boven de poolcirkel leefde, en die klotsende en spattende vrijheid zou zich niets van hem aantrekken wanneer hij ophield met leven. Hij dacht: dit is geen vrijheid, maar de op aarde neergedaalde immense ruimte, een bewegend en onverschillig stukje eeuwigheid.


De zee is niet hetzelfde als vrijheid, zij is er een afspiegeling van, een symbool... Maar wat is de vrijheid een prachtig iets, als zelfs een afspiegeling, een symbool ervan een mens zo gelukkig kan maken.

Vasili Grossman, Alles stroomt. 1955-1963